Artikel 12    Algemene wijzigingsregels

 

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigingen ten behoeve van:

 

a   de bouw van woningen ter plaatse van de aanduiding ‘wro-zone-wijzigingsgebied 1’, mits:

1   het één vrijstaande woning óf twee halfvrijstaande (twee-aaneen) woningen betreft;

2   de goot- en bouwhoogte aansluiten bij de goot- en bouwhoogte van omliggende woningen;

3   voor het overige wordt aangesloten bij de bepalingen in artikel 7 (Wonen-2);

4   het plan stedenbouwkundig/ruimtelijk inpasbaar is;

5   er geen sprake is van milieuhygiënische belemmeringen;

6   er geen bezwaren zijn uit oogpunt van archeologie, flora & fauna en waterhuishouding;

7   het plan past binnen het gemeentelijke woningbouwprogramma;

8   het plan geen financiële risico’s en gevolgen heeft voor de gemeente, die redelijkerwijs niet bij de gemeente horen te liggen. De bepalingen van Hoofdstuk 6 van de Wet ruimtelijke ordening zijn hierop van toepassing.

 

b   de bouw van woningen ter plaatse van de aanduiding ‘wro-zone-wijzigingsgebied 2’, mits:

1   het maximaal vier vrijstaande woningen betreft;

2   de goot- en bouwhoogte aansluiten bij de goot- en bouwhoogte van omliggende woningen;

3   voor het overige wordt aangesloten bij de bepalingen in artikel 7 (Wonen-2);

4   het plan stedenbouwkundig/ruimtelijk inpasbaar is;

5   er geen sprake is van milieuhygiënische belemmeringen;

6   er geen bezwaren zijn uit oogpunt van archeologie, flora & fauna en waterhuishouding;

7   het plan past binnen het gemeentelijke woningbouwprogramma.

8   het plan geen financiële risico’s en gevolgen heeft voor de gemeente, die redelijkerwijs niet bij de gemeente horen te liggen. De bepalingen van Hoofdstuk 6 van de Wet ruimtelijke ordening zijn hierop van toepassing.