Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het bestemmingsplan te wijzigen ten behoeve van het oprichten van een woning door middel van het toevoegen van een bouwvlak en de aanduiding bijgebouwen en met inachtneming van de volgende voorwaarden:
a
Ter plaatse van de aanduiding wro-zone wijzigingsgebied
b
De diepte van het bouwvlak mag niet meer
bedragen dan
c
De goothoogte mag niet meer bedragen dan
d
De bouwhoogte mag niet meer bedragen dan
e Er wordt rekening gehouden met de stedenbouwkundige uitgangspunten en randvoorwaarden.
f De ontwikkeling dient inpasbaar te zijn vanuit stedenbouwkundig-ruimtelijk oogpunt.
g Er dient te worden aangetoond dat geen archeologische belemmeringen aanwezig zijn, dan wel dat bescherming van de aanwezige archeologische waarden voldoende is gewaarborgd.