Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigingen ten behoeve van:
a de bouw van woningen ter
plaatse van de aanduiding ‘wro-zone-wijzigingsgebied
1 het één vrijstaande woning óf twee halfvrijstaande (twee-aaneen) woningen betreft;
2 de goot- en bouwhoogte aansluiten bij de goot- en bouwhoogte van omliggende woningen;
3 voor het overige wordt aangesloten bij de bepalingen in artikel 7 (Wonen-2);
4 het plan stedenbouwkundig/ruimtelijk inpasbaar is;
5 er geen sprake is van milieuhygiënische belemmeringen;
6 er geen bezwaren zijn uit oogpunt van archeologie, flora & fauna en waterhuishouding;
7 het plan past binnen het gemeentelijke woningbouwprogramma;
8 het plan geen financiële risico’s en gevolgen heeft voor de gemeente, die redelijkerwijs niet bij de gemeente horen te liggen. De bepalingen van Hoofdstuk 6 van de Wet ruimtelijke ordening zijn hierop van toepassing.
b de bouw van woningen ter
plaatse van de aanduiding ‘wro-zone-wijzigingsgebied
1 het maximaal vier vrijstaande woningen betreft;
2 de goot- en bouwhoogte aansluiten bij de goot- en bouwhoogte van omliggende woningen;
3 voor het overige wordt aangesloten bij de bepalingen in artikel 7 (Wonen-2);
4 het plan stedenbouwkundig/ruimtelijk inpasbaar is;
5 er geen sprake is van milieuhygiënische belemmeringen;
6 er geen bezwaren zijn uit oogpunt van archeologie, flora & fauna en waterhuishouding;
7 het plan past binnen het gemeentelijke woningbouwprogramma.
8 het plan geen financiële risico’s en gevolgen heeft voor de gemeente, die redelijkerwijs niet bij de gemeente horen te liggen. De bepalingen van Hoofdstuk 6 van de Wet ruimtelijke ordening zijn hierop van toepassing.