De voor ‘Tuin’ aangewezen gronden zijn bestemd voor:
a tuinen, behorende bij de op de aangrenzende gronden gelegen hoofd-gebouwen;
b tuinen, behorende bij de op de aangrenzende gronden gelegen hoofd-gebouwen of woonwagens ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding - woonwagenstandplaats’.
alsmede voor:
c in- en uitritten;
d parkeervoorzieningen;
e water en waterhuishoudkundige voorzieningen;
f groen en groenvoorzieningen.
Op of in deze gronden mogen uitsluitend ondergeschikte uitbouwen bij de op aangrenzende gronden gelegen hoofdgebouwen (niet zijnde woonwagens) worden gebouwd, welke aan de volgende kenmerken voldoen:
a De bouwgrens binnen de bestemmingen ‘Wonen-
b De breedte van een uitbouw bedraagt niet meer
dan 40% van de gevel waarin de uitbouw wordt gebouwd, met een maximumbreedte
van
c De bouwhoogte van een uitbouw is maximaal gelijk aan de hoogte van de eerste bouwlaag van het hoofdgebouw.
De bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen
zijnde, mag ten hoogste
5.2.3 Carports
Bij iedere woning mag één carport worden gebouwd, waarbij moet worden
voldaan aan de volgende eisen:
a
De lijn
evenwijdig aan en op een afstand van
b
De
oppervlakte mag niet meer bedragen dan
c
De bouwhoogte mag niet meer bedragen dan