De voor ‘Tuin’ aangewezen gronden zijn bestemd voor:
a tuinen;
b water en waterhuishoudkundige voorzieningen.
Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd.
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen:
a De bouwhoogte van vlaggenmasten mag niet meer bedragen dan 6 m.
b De bouwhoogte van constructies voor het leiden van bomen mag niet meer bedragen dan 5 m.
c De bouwhoogte van terrein- en erfafscheidingen mag niet meer bedragen dan 2 m.
d De bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 3 m.
e Overkappingen zijn niet toegestaan.