De voor 'Gemengd - 1' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
a dienstverlening, uitsluitend op de begane grond;
b kantoren;
c publiekverzorgend ambacht en dienstverlening, uitsluitend op de begane grond;
d maatschappelijke voorzieningen;
e wonen;
f detailhandel, uitsluitend op de begane grond, met uitzondering van supermarkten, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ‘detailhandel’;
g een bouwmarkt, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van detailhandel – bouwmarkt’;
h horeca categorie I, uitsluitend op de begane grond en op de verdieping indien ook de begane grond als zodanig in gebruik is, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ‘horeca’;
i parkeervoorzieningen;
j groenvoorzieningen;
k water en waterhuishoudkundige voorzieningen;
l ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - rijksmonument' tevens voor behoud en bescherming van een rijksmonument.
a Het toevoegen van woningen is niet toegestaan.
b Voor het bouwen van hoofdgebouwen, niet zijnde woningen, en bijbehorende aanbouwen, bijgebouwen en overkappingen, geldt dat het bebouwingspercentage van het bouwperceel niet meer mag bedragen dan ter plaatse van de aanduiding is aangegeven.
c Voor het bouwen van woningen en bijbehorende aanbouwen, bijgebouwen en overkappingen, geldt dat het bebouwingspercentage van het bouwperceel niet meer mag bedragen dan:
1 bij vrijstaande woningen: 50%;
2 bij twee-aaneen gebouwde woningen: 60%;
3 bij aaneengebouwde woningen: 70%.
Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende bepalingen:
a Hoofdgebouwen mogen uitsluitend worden gebouwd binnen het bouwvlak.
b In afwijking van het bepaalde onder a mogen ondergeschikte uitbouwen en luifels buiten het bouwvlak aan de voorgevel van het hoofdgebouw worden gebouwd, met inachtneming van de volgende bepalingen:
1
De bouwgrens wordt met niet meer dan
2
De breedte van een uitbouw en/of luifel mag niet
meer bedragen dan 40% van de gevel waarin de uitbouw en/of luifel wordt
gebouwd, met een maximumbreedte van
3 De bouwhoogte van een uitbouw en/of luifel mag niet meer bedragen dan de hoogte van de eerste bouwlaag van het hoofdgebouw.
4
De afstand van de uitbouw en/of luifel tot de
voorste perceelsgrens mag niet minder bedragen dan
c
De voorgevel van een hoofdgebouw moet worden
gesitueerd in de voorgevelrooilijn, dan wel op een afstand van niet meer dan
d De goothoogte van het hoofdgebouw mag niet meer bedragen dan is aangegeven ter plaatse van de aanduiding ‘maximale goot- en bouwhoogte (m)’.
e De bouwhoogte van het hoofdgebouw mag niet meer bedragen dan is aangegeven ter plaatse van de aanduiding ‘maximale goot- en bouwhoogte (m)’.
f De afstand van het hoofdgebouw tot de zijdelingse perceelsgrenzen mag:
1
bij vrijstaande hoofdgebouwen aan beide zijden niet
minder bedragen dan
2
bij twee-aaneengebouwde
hoofdgebouwen aan één zijde niet minder bedragen dan
3
bij aaneengebouwde
hoofdgebouwen bij eindbebouwing aan één zijde niet minder bedragen dan
Binnen de bestemming 'Gemengd - 1' mogen aanbouwen, bijgebouwen en overkappingen worden gebouwd bij hoofdgebouwen, geen woningen zijnde, waarbij de volgende bepalingen gelden:
a Aanbouwen en bijgebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak en ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen' worden gebouwd.
b
Aanbouwen en bijgebouwen mogen worden gebouwd
achter en naast het hoofdgebouw tot een afstand van ten minste
1 Het bebouwingspercentage zoals aangegeven in 10.2.1 mag niet worden overschreden.
2 De aangebouwde bijgebouwen mogen uitsluitend in één bouwlaag worden gebouwd.
3
De goothoogte mag niet meer bedragen dan
4
De bouwhoogte mag niet meer bedragen dan
5
Indien de afstand tot de zijdelingse
perceelsgrens en/of achterperceelsgrens meer dan
c
Overkappingen mogen worden gebouwd achter en
naast het hoofdgebouw tot een afstand van ten minste
1 Het bebouwingspercentage zoals aangegeven in 10.2.1 mag niet worden overschreden.
2
De bouwhoogte mag niet meer bedragen dan
Bij woningen mogen aanbouwen en bijgebouwen worden gebouwd waarbij de volgende bepalingen gelden:
a Aanbouwen en bijgebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak en ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen' worden gebouwd.
b Aanbouwen aan de achtergevel van een vrijstaande woning worden gebouwd met in achtneming van de volgende bepalingen:
1 De aanbouwen mogen uitsluitend in één bouwlaag worden gebouwd.
2
De goothoogte mag niet meer bedragen dan
3
De bouwhoogte mag niet meer bedragen dan
4
De afstand van een aanbouw tot de achterste
perceelsgrens mag niet minder dan
c Aanbouwen aan de achtergevel van een twee-aaneen gebouwde woning en een aaneengebouwde woning mogen worden gebouwd met inachtneming van de volgende bepalingen:
1 De aanbouwen mogen uitsluitend in één bouwlaag worden gebouwd.
2
De goothoogte mag niet meer bedragen dan
3
De bouwhoogte mag niet meer bedragen dan
4
De gezamenlijke diepte van het hoofdgebouw en de
aanbouw mag niet meer bedragen dan
5
De afstand van een aanbouw tot de achterste
perceelsgrens mag niet minder dan
d
Bijgebouwen mogen worden gebouwd achter en naast
het hoofdgebouw tot een afstand van ten minste
1 Het gezamenlijk grondoppervlak van bijgebouwen bij woningen mag op bouwpercelen:
—
kleiner dan
—
van
—
groter dan
2
De goothoogte mag niet meer bedragen dan
3
De bouwhoogte mag niet meer bedragen dan
Overkappingen mogen worden gebouwd, waarbij de volgende bepalingen gelden:
a
De lijn evenwijdig aan en op een afstand van
b
De oppervlakte mag niet meer bedragen dan
c
De bouwhoogte mag niet meer bedragen dan
d
Overkappingen aan de achtergevel van het
hoofdgebouw (terrasoverkapping) dienen gerealiseerd te worden binnen de
toegestane bouwdiepte van het woningtype (inclusief aanbouwen) en met
inachtneming van het geldende bebouwingspercentage, de minimale afstand tot de
achterste perceelsgrens van
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, met uitzondering van overkappingen, gelden de volgende bepalingen:
a Bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mogen uitsluitend binnen met bouwvlak worden gebouwd, met uitzondering van terreinafscheidingen en vlaggenmasten.
b
De bouwhoogte van terreinafscheidingen, voor
zover deze als bouwwerken, geen gebouwen zijnde, kunnen worden aangemerkt, mag
niet meer bedragen dan
c
De bouwhoogte van constructies voor het leiden
van bomen mag niet meer bedragen dan
d
De bouwhoogte van vlaggenmasten mag niet meer
bedragen dan
e
De bouwhoogte van overige bouwwerken, geen
gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan
a Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen ten aanzien van de situering, de afmetingen, de vormgeving en de dakvorm van hoofdgebouwen, aanbouwen en bijgebouwen en van bouwwerken, geen gebouw zijnde, alsmede aan de situering van in- en uitritten en het parkeren op het bouwperceel.
b De onder a genoemde nadere eisen mogen slechts worden gesteld met inachtneming van de bouwregels:
1 indien dit noodzakelijk is ter waarborging van de ruimtelijke kwaliteit en/of het stedenbouwkundig beeld, dan wel indien dit noodzakelijk is voor een verantwoorde stedenbouwkundige en/of architectonische inpassing in de bestaande bebouwing;
2 indien dit noodzakelijk is ter waarborging van de monumentale waarden van rijksmonumenten ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - rijksmonument';
3 ter voorkoming van onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken.
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in:
a
lid 10.2.5 onder b voor het toestaan van
terreinafscheidingen met een bouwhoogte van maximaal
1 dit past binnen het straat- en bebouwingsbeeld van de omgeving;
2 dit mogelijk is uit oogpunt van een veilige verkeerssituatie.
a
Binnen de bestemming ‘Gemengd -
1 De activiteit mag uitsluitend plaatsvinden in het hoofdgebouw (inclusief aanbouwen) of een aangebouwd bijgebouw.
2
De omvang van de activiteit mag niet meer
bedragen dan 40% van de gezamenlijke vloeroppervlakte van het begane
grondoppervlak van het hoofdgebouw (exclusief aanbouwen), tot een maximum van
3 Het gebruik mag geen nadelige invloed hebben op de normale afwikkeling van het verkeer en mag geen onevenredige toename van de parkeerbehoeften veroorzaken.
4 Detailhandel is niet toegestaan.
5 De activiteit wordt uitgeoefend door een bewoner.
b Binnen de bestemming 'Gemengd - 1' mogen woningen ook worden bewoond door maximaal 4 arbeidsmigranten.
c
Binnen de bestemming ‘Gemengd -
1 de verkoopvloeroppervlakte ten behoeve van de ondergeschikte detailhandel niet meer mag bedragen dan 20% van de totale bedrijfsvloeroppervlakte van het publiekverzorgend ambacht;
2 het assortiment beperkt dient te blijven tot de goederen en zaken die ter plaatse worden gebruikt of in directe relatie staan tot het uitgeoefende ambacht
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van:
a het maximum aantal arbeidsmigranten dat in een woning woont, zoals bepaald in 10.5 onder b, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:
1 Het maximum aantal huisvestingsplaatsen in een woning mag niet meer bedragen dan 10.
2
Het woonoppervlak per huisvestingsplaats mag
niet minder bedragen dan
3
Het slaapvertrek per huisvestingsplaats mag niet
minder bedragen dan
4 Aan gezamenlijke voorzieningen dient minimaal aanwezig te zijn:
- een volwaardige keuken per 8 huisvestingsplaatsen;
- een douche-/badruimte per 4 huisvestingsplaatsen;
- een toiletruimte per 4 huisvestingsplaatsen;
met dien verstande dat naar boven dient te worden afgerond.
5 Op eigen terrein dient minimaal 1 parkeerplaats per 3 huisvestingsplaatsen aanwezig te zijn, met dien verstande dat naar boven dient te worden afgerond.