Toelichting Deze bestemming is evenals in het bestemmingsplan Buitengebied 1998 toegekend aan de bestaande natuurgebieden zoals delen van de Lieropse en Somerense Heide. Het betreft vooral heidegebieden en vennen maar bijvoorbeeld ook grasland dat als natuurgebied wordt beheerd. Het beleid is gericht op behoud en herstel van de natuurwaarden. |
16.1 Bestemmingsomschrijving
De voor Natuur aangewezen gronden zin bestemd voor:
Behoud, herstel en/of ontwikkeling van natuurwaarden in het algemeen en verder afhankelijk van de omgeving in de vorm van amfibieën en reptielen, bosvogels, moerasvogels, dagvlinders, planten en plantengemeenschappen en struweelvogels;
Behoud en herstel en/of ontwikkeling van abiotische en landschappelijke waarden;
Waterhuishoudkundige doeleinden ten behoeve van de natuurwaarden in het algemeen en van de op de verbeelding aangeduide hydrologische waarde in het bijzonder;
Extensief dagrecreatief medegebruik.
16.2 Bouwregels
Op de tot Natuur bestemde gronden mag niet worden gebouwd.
16.3 Afwijken van de bouwregels
Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het plan voor het toestaan van kleine gebouwen ten behoeve van het beheer, wildrasters, terreinafscheidingen en andere daarmee vergelijkbare kleine bouwwerken. Hierbij gelden tenminste de volgende randvoorwaarden.
de oppervlakte mag niet meer zijn dan 25m²
de goothoogte mag niet meer zijn dan 3,5m¹;
de bouwhoogte mag niet meer zijn dan 4,5m¹
de hoogte van bouwwerken geen gebouwen zijnde mag maximaal 3m¹zijn.
16.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren:
het verlagen, vergraven, ophogen of egaliseren van de bodem
het diepploegen, diepwoelen of het uitvoeren van andere ingrepen in de bodem, allen dieper dan 0,50m¹, waaronder ook begrepen de aanleg van leidingen
het graven, dempen dan wel verdiepen, vergroten of anderszins herprofileren van waterlopen, sloten en greppels
het verwijderen van landschapselementen
het verwijderen van onverharde wegen of paden
het beplanten van gronden met opgaand houtgewas ten behoeve van tuinbouw of agrarische houtteelt ( alleen voor zo ver aangeduid met cultuurhistorisch/ archeologisch waardevol
Het aanleggen en of verharden van wegen of paden dan wel het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen:
voor zo ver groter dan 1250m² als het veepaden op huiskavels betreft of eigen bedrijfswegen direct aansluitend op een bestemmingsvlak Agrarisch- agrarisch bedrijf
voor zo ver groter dan 200m² als het overige verhardingen betreft.
16.5 Toelaatbaarheid
De omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de waarden zie in de bestemmingsomschrijving zijn genoemd.