Type plan: bestemmingsplan
Naam van het plan: Buitengebied Someren
Status: ontwerp
Plan identificatie: NL.IMRO.0847.BP02011002-OW01

Artikel 8 Agrarisch met waarden - Landschappelijke waarden

 

Toelichting
De bestemming Agrarisch
met waarden- landschapswaarden is van toepassing op dat gedeelte van het buitengebied waar sprake is van landschappelijke die aandacht ( bescherming) verdienen.
Agrarisch grondgebruik, al dan niet bedrijfsmatig, is hier toegestaan. Op basis van de flexibiliteitbepalingen ( afwijken en wijziging) zijn er ontwikkelingsmogelijkheden. Deze zijn afhankelijk van de concrete locatie. De
aanvaardbaarheid van ontwikkelingen op een bepaalde locatie wordt mede beoordeeld
op basis van het beeldkwaliteitplan.
Voor de locaties waar een agrarisch bedrijf wordt uitgeoefend, geldt de afzonderlijke bestemming. Agrarisch- Agrarisch bedrijf.

8.1 Bestemmingsomschrijving
De voor Agrarisch aangewezen gronden zijn bestemd voor:
  1. Al dan niet bedrijfsmatig agrarisch grondgebruik inclusief tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen.
  2. Behoud en/of herstel van de aanwezige waarden.
  3. Extensief recreatief medegebruik
  4. Groenvoorzieningen
  5. Infiltatie
  6. Water en waterhuishoudkundige voorzieningen

8.2 Bouwregels
Op of in de in 4.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, met uitzondering van ,5ken,worden
gebouwd ten dienste van de in de bestemmingsomschrijving omschreven bestemming. De hoogte mag maximaal 2,50m¹ zijn.

8.3. Paardenbakken
Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het plan voor het realiseren van een paardenbak. Hierbij gelden tenminste de volgende randvoorwaarden:
1.De paardenbak wordt gesitueerd binnen of direct grenzend aan het bestemmingsvlak of bouwvlak van de bestemming in combinatie waarmee de paardenbak wordt gerealiseerd.
2. De afstand tot de bebouwing van derden bedraagt tenminste 30m¹.
3. De belangen van derden en de in de omgeving aanwezige waarden mogen niet onevenredig worden geschaad.
4. De oppervlakte is maximaal 800m².
5. Er zijn uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde toegestaan met een hoogte van maximaal 2m¹, zoals een omheining.


8.4 Specifieke gebruiksregels

De volgende werken en / of werkzaamheden worden in ieder geval aangemerkt als met de bestemming strijdig gebruik en zijn dus verboden: het aanleggen van mest- of waterbassins van folie.


8.5 Afwijken van de gebruiksregels


8.5.1 Mincamping

Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het plan voor het toestaan van een minicamping. Hierbij gelden tenminste de volgende randvoorwaarden:
  1. Het betreft uitsluitend recreatief medegebruik voor kleinschalig kamperen op gronden die direct aansluiten op een bestemmingsvlak waar kleinschalig kamperen al is
    toegestaan dan wel in het kader van de onderhavige omgevingsvergunning wordt toegestaan.
  2. Er zijn in totaal maximaal 25 kampeermiddelen toegestaan, waarvan op maximaal 5 kampeerplaatsen stacaravans zijn toegestaan.
  3. Er mag geen sprake zijn van een onevenredige aantasting van andere belangen waaronder die van omwonenden en (agrarische) bedrijven.
  4. Er mag geen bebouwing worden opgericht.
  5. De afstand tot de weg dient tenminste 20m¹ te zijn.
  6. De afstand tot de perceelsgrens dient tenminste 5m¹ te zijn.
  7. Er moet zorg worden gedragen voor een goede landschappelijke inpassing conform de uitgangspunten van het beeldkwaliteitplan. Hiertoe moet een erfinrichtingsplan worden overgelegd.


8.6 .Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren:
  1. het verlagen, vergraven, ophogen of egaliseren van de bodem
  2. het diepploegen, diepwoelen of het uitvoeren van andere ingrepen in de bodem, allen dieper dan 0,50m¹, waaronder ook begrepen de aanleg van leidingen
  3. het graven, dempen dan wel verdiepen, vergroten of anderszins herprofileren van waterlopen, sloten en greppels
  4. het verwijderen van landschapselementen
  5. het verwijderen van onverharde wegen of paden
  6. het beplanten van gronden met opgaand houtgewas ten behoeve van tuinbouw of agrarische houtteelt ( alleen voor zo ver aangeduid met cultuurhistorisch/ archeologisch waardevol
  7. Het aanleggen en of verharden van wegen of paden dan wel het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen:
- voor zo ver groter dan 1250m² als het veepaden op huiskavels betreft of eigen bedrijfswegen direct aansluitend op een bestemmingsvlak Agrarisch- agrarisch bedrijf
- voor zo ver groter dan 200m² als het overige verhardingen betreft.

Toelaatbaarheid
De omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de waarden die in de bestemmingsomschrijving zijn genoemd.

8.7 Wijzigingsbevoegdheden

8.7.1 Wijziging in Agrarisch- agrarisch bedrijf ( vormverandering zonder uitbreiding van een bestemmingsvlak)

De bestemming Agrarisch kan gewijzigd worden in de bestemming ‘Agrarisch-
Agrarisch bedrijf’, ten behoeve van een vormverandering zonder uitbreiding van een bestemmingsvlak ‘Agrarisch-
Agrarisch bedrijf’. In combinatie hiermee kan de bestemming Agrarisch- agrarisch bedrijf worden gewijzigd in de bestemming Agrarisch. Hierbij gelden tenminste de volgende randvoorwaarden.
  1. Er is een concreet bouwplan met een onderbouwing waarin de noodzaak en aanvaardbaarheid van de vormverandering is aangegeven.
  2. Er moet zorg worden gedragen voor een goede landschappelijke inpassing conform de uitgangspunten van het beeldkwaliteitplan. Hiertoe moet een erfinrichtingsplan worden overgelegd.
    De landschappelijke inpassing mag in dit geval direct aansluitend aan het bestemmingsvlak plaatsvinden.
  3. Deze mogelijkheid geldt niet voor bestemmingsvlakken met de aanduiding “intensieve veehouderij”die gelegen
    zijn in een gebied met de aanduiding “extensiveringsgebied”.

8.7.2 Wijziging in Agrarisch- agrarisch bedrijf ( vormverandering en vergroting van een bestemmingsvlak)
De bestemming Agrarisch kan gewijzigd worden in de bestemming ‘Agrarisch-
Agrarisch bedrijf’, ten behoeve van een vormverandering in combinatie met vergroting van een
bestemmingsvlak ‘Agrarisch- Agrarisch bedrijf’. Hierbij gelden de volgende randvoorwaarden:
  1. Er is een concreet bouwplan met een onderbouwing waarin de noodzaak en aanvaardbaarheid van de
    vergroting en vormverandering is aangegeven.
  2. de grootte van het bestemmingsvlak overtreft de toegestane maximaal toegestane oppervlakte,
    zoals hierna aangegeven, niet.
  • Intensieve veehouderij: maximaal 1,5 ha
  • Niet grondgebonden bedrijf, niet zijnde intensieve veehouderij: 1,5ha
  • Agrarisch bedrijf, glastuinbouw, solitair gelegen: maximaal 3ha.
  • Grondgebonden bedrijf: maximaal 1,5ha. Indien een bestemmingsvlak op het tijdstip van ter visie leggen van het ontwerp van het bestemmingsplan al groter is, is een uitbreiding met 25% toegestaan.
  1. Deze mogelijkheid geldt niet voor bestemmingsvlakken met de aanduiding “intensieve veehouderij”die gelegen
    zijn in een gebied met de aanduiding “extensiveringsgebied”.

8.7.3 Wijziging in Agrarisch- Agrarisch bedrijf ( differentiatievlak teeltondersteunende voorzieningen)
De bestemming Agrarisch
kan gewijzigd worden in de bestemming Agrarisch- agrarisch bedrijf met de aanduiding differentiatievlak teeltondersteunende voorzieningen voor het realiseren van permanente
teeltondersteunende voorzieningen anders dan kassen onder de voorwaarden dat deze gerealiseerd
worden aansluitend aan het bestemmingsvlak “Agrarisch- Agrarisch bedrijf” en tot een maximale
oppervlakte van 4 hectare.
de teeltondersteunende voorzieningen uit een oogpunt van agrarische bedrijfsvoering
noodzakelijk zijn;Hierbij gelden tenminste de volgende randvoorwaarden.
  1. De teeltondersteunende voorzieningen zijn noodzakelijk uit een oogpunt van de agrarische bedrijfsvoering.
  2. Er moet zorg worden gedragen voor een goede landschappelijke inpassing conform de uitgangspunten van het beeldkwaliteitplan. Hiertoe moet een erfinrichtingsplan worden overgelegd.

8.7.4 Wijziging in bestemming Wonen ( vormverandering en vergroting van bestemmingsvlak)
De bestemming Agrarisch kan gewijzigd worden in de bestemming Wonen in verband met een uitbreiding en/of de vormverandering van een bestemmingsvlak Wonen.
In combinatie hiermee kan de bestemming Wonen worden gewijzigd in de bestemming Agrarisch.
Hierbij gelden tenminste de volgende randvoorwaarden.
  1. dit nodig is om een ontwikkeling die plaatsvindt binnen de bouwregels van deze bestemming
    m.b.t. maatvoering en afstanden, te kunnen realiseren;
  2. agrarische bedrijven in de omgeving worden niet in hun ontwikkelingsmogelijkheden beperkt;
  3. er moet zorg worden gedragen voor een goede landschappelijke inpassing conform de uitgangspunten van het beeldkwaliteitplan. Hiertoe moet een erfinrichtingsplan worden overgelegd.

8.7.5 Wijziging in bestemming Groen, Natuur of Water (ontwikkeling landschapselementen of nieuwe natuur)
De bestemming “Agrarisch” kan gewijzigd worden wijzigen in de bestemming Groen, Water of natuur of een combinatie van deze
ten behoeve van de ontwikkeling van nieuwe natuur- en/of landschapselementen. Hierbij geldt tenminste de randvoorwaarde dat er geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan andere belangen, zoals agrarische belangen.