direct naar inhoud van Artikel 4 Sport - Golfbaan
Plan: 1e partiële herziening Golfbaan De Swinkelsche 2012
Status: ontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0847.BP02012004-OW01

Artikel 4 Sport - Golfbaan

4.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Sport - Golfbaan' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. een golfbaan;
  • b. ondergeschikte horeca waarbij de oppervlakte maximaal 50% van de bebouwde bruto vloeroppervlakte bedraagt van het clubgebouw;
  • c. verenigingsactiviteiten;
  • d. all weather sport- en recreatievoorzieningen alleen binnen het bouwvlak;
  • e. detailhandel tot een maximum van 50 m2 bedrijfsvloeroppervlak van het clubgebouw ten behoeve van de golfsport;
  • f. een bedrijfswoning;
  • g. parkeervoorzieningen ter plaatse van de aanduiding 'parkeerterrein' en binnen het bouwvlak;
  • h. archeologische waarden, ter plaatse van de aanduiding 'archeologische waarden';
  • i. natuurwaarde
  • j. aanleg, beheer en onderhoud van minimaal 15 hectare dennen-, eiken-, of beukenbos;
  • k. waterhuishoudkundige doeleinden, waterberging, vijvers, en oevers;
  • l. waterloop ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van waarde - waterloop';
  • m. groenvoorzieningen;
  • n. extensief recreatief medegebruik;

Met daarbij behorende:

  • o. gebouwen;
  • p. bouwwerken, geen gebouw zijnde;
  • q. tuinen en erven.
  • r. nutsvoorzieningen;
  • s. paden.
4.2 Bouwregels
4.2.1 Toelaatbaarheid

In of op deze gronden mogen ten behoeve van de bestemming uitsluitend worden gebouwd:

  • a. gebouwen;
  • b. bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
4.2.2 Algemene inrichtingseisen

Ten aanzien van het bouwen van gebouwen gelden de volgende algemene regels:

  • a. gebouwen dienen ten minste 5 meter uit de bestemmingsgrens te worden gerealiseerd;
  • b. gebouwen dienen ten minste 20 meter uit de as van een weg te worden gerealiseerd;
  • c. de afstand tussen gebouwen bedraagt 0 of ten minste 10 meter.
4.2.3 Clubgebouw

Ten aanzien van het bouwen van een clubgebouw gelden de volgende regels:

  • a. het clubgebouw dient binnen het bouwvlak te worden gebouwd;
  • b. de goothoogte bedraagt maximaal 5 m;
  • c. de bouwhoogte bedraagt maximaal 12 m;
  • d. de oppervlakte bedraagt maximaal 2.500 m2;
  • e. de bebouwing dient te worden voorzien van een kap.
4.2.4 Bedrijfswoning

Voor het bouwen van een bedrijfswoning gelden de volgende regels:

  • a. de bedrijfswoning dient binnen het bouwvlak te worden gebouwd;
  • b. maximaal 1 bedrijfswoning is toegestaan;
  • c. de goothoogte bedraagt maximaal 6 m;
  • d. de bouwhoogte bedraagt maximaal 10 m;
  • e. de inhoud van de bedrijfswoning exclusief aan- en bijgebouwen bedraagt maximaal 750 m3;
  • f. voor het bouwen van aan-, uit- en bijgebouwen bij een bedrijfswoning gelden de volgende regels:
    • 1. bijgebouwen dienen binnen het bouwvlak te worden gebouwd;
    • 2. de afstand tot de voorgevel van het hoofdgebouw (of het verlengde daarvan) bedraagt ten minste 3 meter;
    • 3. de goothoogte bedraagt maximaal 3,5 m;
    • 4. de bouwhoogte bedraagt maximaal 6 m;
    • 5. de oppervlakte van aan-, uit-, en bijgebouwen bedraagt maximaal 100 m2.
4.2.5 Schuilgelegenheden en sanitaire voorzieningen

Ten aanzien van het bouwen van schuilgelegenheden en sanitaire voorzieningen gelden de volgende regels:

  • a. schuilgelegenheden en sanitaire voorzieningen mogen buiten het bouwvlak worden gebouwd;
  • b. de oppervlakte per gebouw bedraagt maximaal 20 m2;
  • c. de totale oppervlakte van alle gebouwen buiten het bouwvlak bedraagt maximaal 100 m2;
  • d. de goothoogte bedraagt maximaal 3,5 meter;
  • e. de nokhoogte bedraagt maximaal 5 meter.
4.2.6 Afslagplaats

Ten aanzien van het bouwen van een afslagplaats gelden de volgende regels:

  • a. de afslagplaats dient ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van sport - afslagplaats' te worden gebouwd;
  • b. de bouwhoogte bedraagt maximaal 6,5 meter;
  • c. de oppervlakte bedraagt maximaal 500 m2;
  • d. de dakheling bedraagt minimaal 20° en maximaal 60°.
4.2.7 Kantoor, berging en sanitair

Ten aanzien van het bouwen van een kantoor, berging en sanitair gelden de volgende regels:

  • a. een kantoor en berging dient ter plaats van de aanduiding 'specifieke vorm van sport - afslagplaats' te worden gebouwd;
  • b. de bouwhoogte bedraagt maximaal 6,5 meter;
  • c. de oppervlakte bedraagt maximaal 50 m2;
  • d. de dakheling bedraagt minimaal 20° en maximaal 60°.
4.2.8 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels:

  • a. de hoogte van terreinafscheidingen bedraagt niet meer dan 2 meter;
  • b. de hoogte van antenne- en lichtmasten bedraagt niet meer dan:
    • 1. 8 meter binnen het bouwvlak;
    • 2. 4 meter buiten het bouwvlak;
  • c. de hoogte van een ballenvanger ten behoeve van de afslagplaats bedraagt niet meer dan 15 meter;
  • d. de hoogte van overige bouwwerken bedraagt niet meer dan 3,5 meter;
4.3 Specifieke gebruiksregels
4.3.1 Parkeren

Voorzien moet worden in voldoende parkeermogelijkheden op eigen terrein met een capaciteit voor minimaal 100 en maximaal 150 auto's. De parkeerplaatsen dienen te worden gerealiseerd ter plaatse van de aanduiding 'parkeerterrein' of binnen het bouwvlak.

4.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
4.4.1 Ander gebruik

Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van bevoegd gezag ter plaatse van de aanduiding 'archeologische waarde' op de in artikel 4.1 bedoelde gronden volgend ander werk uit te voeren:

  • a. het ontgronden, vergraven, afgraven, egaliseren, diepploegen, woelen en mengen van gronden dieper dan 30 cm en ophogen van gronden;
  • b. het aanleggen, verbreden en verharden van paden, banen en andere oppervlakte verhardingen;
  • c. het aanleggen, verdiepen, verbreden en dempen van sloten, watergangen en overige waterpartijen;
  • d. het aanleggen van ondergrondse of bovengrondse transport-, energie- en/of communicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties en apparatuur;
  • e. het aanbrengen of verwijderen van diepwortelende beplantingen, het bebossen en aanplanten van gronden en het rooien en/of kappen van bos of andere houtgewassen;
  • f. het scheuren van grasland;
  • g. ander werk dat een verandering van de waterhuishouding of het grondwaterpeil tot gevolg heeft, zoals drainage en (onder)bemaling.
4.4.2 Weigeringsgrond

Ander werk als bedoeld in 4.4.1 is slechts toelaatbaar indien middels een integraal plan is zeker gesteld dat ten minste 15 hectare dennen-, eiken-, of beukenbos wordt gerealiseerd, voor zover het belang van de natte natuurparel hierdoor niet onevenredig wordt geschaad en ter plaatse van de aanduiding 'archeologische waarden' het bevoegd gezag op basis van archeologisch onderzoek heeft vastgesteld dat ter plaatse van deze aanduiding geen archeologische waarden aanwezig zijn die moeten worden beschermd dan wel het bevoegd gezag een besluit heeft genomen over het veiligstellen van de aangetroffen archeologische waarden en uit de aanvraag blijkt dat met dit besluit aantoonbaar rekening is gehouden.

4.4.3 Uitzondering

Het verbod als bedoeld in lid 4.4.1 is niet van toepassing op ander werk die:

  • a. het normale onderhoud, gebruik en beheer ten dienste van de bestemming betreft;
  • b. reeds in uitvoering is op het tijdstip van het van kracht worden van het plan;
  • c. reeds mag worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning.
4.5 Wijzigingsbevoegdheid

Burgemeester en wethouders zijn ingevolge artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening bevoegd ter plaatse van de aanduiding 'speciale vorm van waarde - waterloop' de bestemming te wijzigen in de bestemming 'Water', zoals opgenomen in Bijlage 1 Artikel Water.