direct naar inhoud van Artikel 13 Recreatie
Plan: Buitengebied 2013
Status: ontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0847.BP02012005-OW01

Artikel 13 Recreatie

13.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Recreatie' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. recreatieve doeleinden met bijbehorende recreatieve voorzieningen conform onderstaande opsomming
    • 1. dagrecreatieve voorzieningen in de vorm van een modelvliegtuigbaan met bijkomende voorzieningen als halfverharde parkeerplaatsen en opstelplaatsen voor het besturen van de modelvliegtuigen, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - 7' (Maarheezerdijk ong.);
    • 2. dagrecreatieve voorzieningen in de vorm van een visvijver en verblijfsrecreatieve voorzieningen in de vorm van vakantiewoningen, met daarbij ondersteunende horeca, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - 12 ' (Brugstraat 9);
  • b. bedrijfswoning(en), tenzij anders toegestaan conform de tabel onder 13.2.1;
  • c. groenvoorzieningen;
  • d. water en waterhuishoudkundige voorzieningen ten behoeve van water, waterberging en infiltratie;
  • e. extensief recreatief medegebruik;
  • f. nutsvoorzieningen;
  • g. parkeerplaatsen en parkeervoorzieningen;
  • h. erven en terreinen;
  • i. (onverharde) paden, wegen.
13.2 Bouwregels
13.2.1 Algemeen

Op of in de in 13.1 bedoelde gronden mag uitsluitend worden gebouwd:

  • a. ten dienste van de doeleinden die in de bestemmingsomschrijving zijn aangegeven;
  • b. indien de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 31.2;
  • c. en verder conform de volgende tabel en de volgende regels:

code   adres   specifieke activiteit   bedrijfswoning   maximale oppervlakte bedrijfsbebouwing (exclusief woning en bijbehorende bouwwerken)   ondersteunende horeca   maximale goothoogte   maximale bouwhoogte  
sr-7   Maarhezerdijk ong.   modelvliegtuigbaan   0   80 m2   ja   3 m1   5,5 m1  
sr-12   Brugstraat 9   visvijver, vakantiewoningen*   1   kantine/clubgebouw: 360 m2
vakantiewoningen: maximaal 40 met vloeroppervlakte begane grond van 45 m2  
ja   kantine/clubgebouw: 3 m1
vakantiewoning: 5 m1  
kantine/clubgebouw: 5 m1
vakantiewoning: 7 m1  

* vakantiewoningen worden uitgevoerd met een dakhelling van minimaal 20°

13.2.2 Bedrijfsgebouwen
  • a. Bij het oprichten van bedrijfsgebouwen wordt voldaan aan de maatvoeringen zoals aangegeven in de tabel onder 13.2.1.
  • b. De afstand tot de bestemmingsgrens is ten minste 5 m1.
  • c. De afstand tot de as van de weg is ten minste 15 m¹.
  • d. De dakhelling dient tussen de 20 en 60 graden te zijn.
13.2.3 Bijbehorende bouwwerken ten behoeve van de recreatieve doeleinden

Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken gelden de volgende bepalingen:

  • a. reclameaanduidingen dienen beperkt te blijven tot een bescheiden naamsaanduiding.
  • b. de bouwhoogte van andere bouwwerken, met uitzondering van erfafscheidingen, antenne- en lichtmasten en speeltoestellen is maximaal 4,5 m1 met een afstand tot de bestemmingsgrens van ten minste 5 m1.
  • c. de bouwhoogte van erfafscheidingen vóór de voorgevelrooilijn mag maximaal 1 m1 zijn en voor het overige maximaal 2 m1.
  • d. de bouwhoogte van antenne- en lichtmasten mag maximaal 8 m1 zijn.
  • e. de bouwhoogte van speeltoestellen mag maximaal 10 m1 zijn.
13.2.4 Bedrijfswoning
  • a. Per bestemmingsvlak is het aantal bedrijfswoningen toegestaan zoals aangegeven in de tabel onder 13.2.1.
  • b. Bij herbouw mag de bedrijfswoning uitsluitend gesitueerd worden ter plaatse van de bestaande fundering en als er sprake is van uitbreiding daar direct op aansluitend.
  • c. De inhoud van een bedrijfswoning mag niet meer bedragen dan 750 m³, de inhoud van kelders wordt niet meegeteld.
  • d. Indien de inhoud van de bestaande bedrijfswoning op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan of op basis van een eerder verleende vergunning al meer bedraagt, geldt de bestaande inhoud plus maximaal 10% tot een maximum van 900 m3, als maximaal toegestaan. Bij vervangende nieuwbouw geldt dat de woning tot maximaal de bestaande inhoud mag worden teruggebouwd.
  • e. De maximaal toegestane goothoogte is 6 m1.
  • f. De maximaal toegestane bouwhoogte is 10 m1.
  • g. De afstand tot de bestemmingsgrens is ten minste 5 m1.
  • h. De afstand tot de as van de weg is ten minste 15 m¹.
  • i. De dakhelling dient tussen de 20 en 60 graden te zijn.
13.2.5 Bijbehorende bouwwerken ten behoeve van de bedrijfswoning
  • a. Per bedrijfswoning is een bijbehorend bouwwerk toegestaan met een oppervlakte van maximaal 100 m².
  • b. De maximaal toegestane goothoogte is 3 m1.
  • c. De maximaal toegestane bouwhoogte is 5,5 m1.
  • d. Bijbehorende bouwwerken dienen op een afstand van ten minste 1 m1 achter de voorgevelrooilijn van de bedrijfswoning te worden gebouwd.
  • e. De afstand tot de bestemmingsgrens is ten minste 5 m1.
  • f. De afstand tot de as van de weg is ten minste 15 m¹.
  • g. De dakhelling dient tussen de 20 en 60 graden te zijn.
13.2.6 Bouwwerken geen gebouwen zijnde behorende bij bedrijfswoning
  • a. Per bedrijfswoning mag één carport worden gebouwd met de volgende maatvoering:
    • 1. oppervlakte niet meer dan 20 m²;
    • 2. bouwhoogte niet meer dan 3 m¹;
    • 3. de carport dient op een afstand van ten minste 1 m1 achter de voorgevelrooilijn van de bedrijfswoning te worden gebouwd;
    • 4. afstand tot de bestemmingsgrens is ten minste 5 m1;
    • 5. de afstand tot de as van de weg is ten minste 15 m1.
  • b. De bouwhoogte van overige bouwwerken met uitzondering van erfafscheidingen mag maximaal 4,5 m1 zijn.
  • c. De bouwhoogte van erfafscheidingen vóór de voorgevelrooilijn mag maximaal 1 m1 zijn en voor het overige maximaal 2 m1.
13.3 Afwijking van de bouwregels
13.3.1 Afwijkende goot- en bouwhoogte

Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 13.2.2, ten behoeve van een afwijkende goot- en bouwhoogte van bedrijfsgebouwen. Hierbij gelden de volgende specifieke randvoorwaarden:

  • a. de noodzaak vanuit de bedrijfsvoering is aangetoond;
  • b. de stedenbouwkundige en cultuurhistorische kenmerken van de bedrijfsgebouwen in zijn omgeving mogen niet onevenredig worden aangetast;
  • c. de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 31.2;

met dien verstande, dat:

    • 1. de goothoogte ten hoogste 6,5 m1 mag bedragen;
    • 2. de bouwhoogte ten hoogste 12 m1 mag bedragen.
13.3.2 Herbouw bedrijfswoning

Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 13.2.4, ten behoeve van de herbouw van een bedrijfswoning op een andere plaats binnen het bestemmingsvlak. Hierbij gelden de volgende specifieke randvoorwaarden:

  • a. de nieuwe locatie ligt niet minder dan 5 m¹ van de bestemmingsgrens en niet minder dan 15 m¹ uit de as van de weg waaraan wordt gebouwd;
  • b. de bedrijfswoning wordt gebouwd ter vervanging van de bestaande bedrijfswoning;
  • c. de ontwikkelingsmogelijkheden van (niet-)agrarische bedrijven in de nabijheid van de woning mogen niet worden belemmerd;
  • d. de stedenbouwkundige en cultuurhistorische kenmerken van de woning in zijn omgeving mogen niet onevenredig worden aangetast;
  • e. met de nieuwe situering is sprake van een milieukundige en ruimtelijke kwaliteitsverbetering;
  • f. de sloop van de oorspronkelijke bedrijfswoning is duurzaam verzekerd;
  • g. de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 31.2.
13.3.3 Afstand tot bestemmingsgrens

Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 13.2, ten behoeve van de bouw van bouwwerken op een kortere afstand dan 5 m1 tot de bestemmingsgrens. Hierbij gelden de volgende specifieke randvoorwaarden:

  • a. de ontwikkelingsmogelijkheden van (niet-)agrarische bedrijven in de nabijheid mogen niet worden belemmerd;
  • b. de stedenbouwkundige en cultuurhistorische kenmerken van de bouwwerken in zijn omgeving mogen niet onevenredig worden aangetast;
  • c. er is sprake van een ruimtelijke kwaliteitsverbetering;
  • d. de groene erfinrichting, landschappelijke inpassing is anderszins duurzaam geborgd;
  • e. de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 31.2.
13.4 Specifieke gebruiksregels

Onder gebruiken en/of het laten gebruiken in strijd met de bestemming wordt in ieder geval verstaan het in gebruik nemen of het laten gebruiken van gronden en bouwwerken voor een doel of op een wijze, die in strijd is met de in dit plan daaraan gegeven bestemming en/of:

  • a. het gebruik van gronden, gebouwen, bouwwerken en onderkomens voor erotische dienstverlening;
  • b. het gebruik van gronden en/of opstallen voor doeleinden van opslag, stort of lozing, tenzij expliciet toegestaan in de planregels;
  • c. het gebruik van gronden en/of opstallen voor doeleinden van handel of detailhandel of bedrijf;
  • d. het gebruik van gronden en/of opstallen voor horeca, tenzij het ondersteunende horeca betreft;
  • e. het gebruik van opstallen voor bewoning, behoudens bewoning van bedrijfswoningen;
  • f. het gebruik voor recreatief nachtverblijf van andere bebouwing dan stacaravans, vakantiehuisjes en trekkershutten;
  • a. huisvesting van arbeidsmigranten.