| Plan: | Buitengebied 2013, reparatie locatie Vaartje 45 |
|---|---|
| Status: | vastgesteld |
| Plantype: | bestemmingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.0847.BP02015009-VS01 |
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 21 januari 2015 een tussenuitspraak en op 27 mei 2015 een einduitspraak gedaan met betrekking tot de beroepen die zijn ingesteld tegen het bestemmingsplan Buitengebied 2013, vastgesteld door de raad bij besluit van 26 juni 2013.
Ten aanzien van het beroep tegen de bestemming van het perceel Vaartje 45 heeft de Afdeling in de einduitspraak geoordeeld dat het beroep van C.J.M. Kuijpers en T.W.M. Kuijpers-Martens ten aanzien van de bestemming van een gedeelte van het bedrijfsperceel gegrond is. De Afdeling heeft het besluit van 26 juni 2013 tot vaststelling van het bestemmingsplan Buitengebied 2013 vernietigd voor zover het betreft het plandeel met de bestemming 'Bedrijf' voor het perceel Vaartje 45, voor zover de bedrijfsactiviteiten van Kuijpers ter plaatse niet als zodanig zijn bestemd.
De Afdeling heeft de raad opgedragen om binnen 12 weken na verzending van de einduitspraak van 27 mei 2015 hierover een nieuw besluit te nemen.
Het onderhavige bestemmingsplan voorziet in de benodigde ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van de reparatie van het het bestemmingsplan conform de uitspraak van de Afdeling. Naast deze toelichting omvat dit bestemmingsplan regels en een verbeelding.
Het perceel Vaartje 45 (en 45a) is gelegen ten oosten van de kern Someren-Eind, behorende tot de gemeente Someren. Het perceel ligt tussen de kern en het aangrenzende bedrijventerrein 't Vaartje in.
Het plangebied betreft het voorste deel van de ter plaatse aanwezige bedrijfsloods met een oppervlakte van 580 m2 (breedte 20 meter, diepte 29 meter). In dit voorste deel van de bedrijfsloods is het handels- en constructiebedrijf Kuijpers gevestigd. Het achterste deel van de bedrijfsloods is momenteel verhuurd.
Luchtfoto ligging plangebied
Ter plaatse van het bedrijfsperceel Vaartje 45 is het bestemmingsplan Buitengebied 1998 van kracht, vastgesteld door de raad op 25 maart 1999 en goedgekeurd door GS op 9 november 1999. Aan het perceel is de bestemming 'Agrarische bedrijven' toegekend. De gronden zijn bestemd voor agrarische bedrijfsdoeleinden, ten behoeve van de uitoefening van niet meer dan één agrarisch bedrijf per bestemmingsvlak, uitgezonderd glastuinbouwbedrijven.
Het uitoefenen van niet-agrarische bedrijfsactiviteiten in de vorm van bedrijfsactiviteiten tot en met milieucategorie 3.1 past niet binnen voornoemde bestemming. Het betreffende bedrijfsgebouw, waarin het handels- en constructiebedrijf Kuijpers is gevestigd, is echter al bestaand. Voor de realisatie van dit bedrijfsgebouw en het toestaan van de bedrijfsactiviteiten van het handels- en constructiebedrijf Kuijpers is in 2008 met toepassing van de vrijstellingsprocedure artikel 19 WRO een vergunning verleend.
Om de bedrijfsactiviteiten tot en met milieucategorie 3.1 ter plaatse van het bedrijfsperceel van handels- en constructiebedrijf Kuijpers in een bestemmingsplan vast te leggen en zodoende uitvoering te geven aan de verleende vergunning uit 2008, is een herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk. Met voorliggend bestemmingsplan wordt deze bestemming verwezenlijkt.
Tegen het besluit van de raad tot vaststelling van het bestemmingsplan Buitengebied 2013 op 26 juni 2013 is beroep aangetekend bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Onder meer is beroep ingesteld door het handels- en constructiebedrijf Kuijpers, vanwege het gegeven dat zijn bedrijf is te kwalificeren als een 3.2 bedrijf en de gemeenteraad aan het perceel slechts een 3.1 categorie heeft toegekend.
Bij de tussenuitspraak van 21 januari 2015 (201309294/2/R3) oordeelt de Afdeling dat de raad inzichtelijk had moeten maken waarom het handels- en constructiebedrijf van Kuipers op het bedrijfsperceel Vaartje 45 niet in aanmerking komt voor een maatbestemming. Niet in geschil is dat dit bedrijf in categorie 3.2 valt. De Afdeling oordeelt dat het bestreden besluit in zoverre ondeugdelijk is gemotiveerd.
De Afdeling heeft de raad opgedragen om binnen zestien weken na verzending van de tussenuitspraak het daarin omschreven gebrek in het besluit van 26 juni 2013 te herstellen. De raad heeft per brief van 30 april 2015 laten weten geen gebruik te kunnen maken van de gelegenheid het gebrek binnen de gestelde termijn te herstellen, omdat inmiddels in het kader van door derden bij de rechtbank aanhangig gemaakte procedures met betrekking tot onder andere het gebruik van de bedrijfsloods een verkenning is gestart om in gezamenlijk overleg met alle betrokken partijen te bezien of een structurele oplossing voor de ontstane situatie kan worden gevonden. De raad wilde deze verkenning niet doorkruisen met een nadere motivering of een nader besluit in deze zaak. Het komen tot een structurele oplossing door middel van mediation is uiteindelijk niet gelukt.
Doordat er geen oplossing is gekomen en het gebrek niet binnen de gestelde termijn is hersteld, is door de Afdeling op 27 mei 2015 een einduitspraak gedaan (201309294/2/R3) en heeft de Afdeling het bestreden besluit vernietigd voor zover het betreft het plandeel met de bestemming 'Bedrijf' voor het perceel Vaartje 45-45a, voor zover de bedrijfsactiviteiten van Kuijpers ter plaatse niet als zodanig zijn bestemd.
In deze einduitspraak draagt de Afdeling de raad op om binnen 12 weken na verzending van de einduitspraak voor het vernietigde onderdeel, met inachtneming van wat in de tussenuitspraak is overwogen, een nieuw besluit te nemen. De Afdeling vindt het onwenselijk dat een kortere termijn deze procedures beslissend zou beïnvloeden. Het door de raad te nemen nieuwe besluit hoeft niet overeenkomstig afdeling 3.4 Awb te worden voorbereid.
Met voorliggend bestemmingsplan wordt gehoor gegeven aan de opdracht van de Afdeling om een nieuw besluit te nemen.
Om te kunnen beoordelen of het bedrijf van Kuijpers is aan te merken als een milieucategorie 3.1 bedrijf, heeft de Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant een onderzoek uitgevoerd. Aan de hand van een locatiebezoek is een afweging gemaakt op basis van de VNG-brochure: 'Bedrijven en milieuzonering' en relevante regelgeving, gemotiveerd op grond van het maatgevende aspect geluid, om te komen tot een gewogen oordeel met betrekking tot de categorie-indeling voor het bedrijf. De volledige rapportage is opgenomen in Bijlage 1.
De activiteiten van het bedrijf van Kuijpers worden uitgevoerd in de voorste helft van de bedrijfsloods. Daarin is een reeks apparatuur opgesteld voor metaalbewerking (verspanende en niet-verspanende machines en diverse lasapparatuur). Verder zijn voor het interne transport een elektrische en dieselheftruck aanwezige en een bovenloopkraan. Voor transport beschikt het bedrijf over een kleine vrachtwagen.
Het handels- en constructiebedrijf Kuijpers valt op basis van de VNG-brochure: 'Bedrijven- en milieuzonering' onder 'Smederijen, lasinrichtingen, bankwerkerijen, e.d.'. Het productieoppervlak bedraagt meer dan 200 m2, waardoor op basis van de VNG-brochure sprake is van een milieucategorie 3.2 bedrijf, met een bijbehorende grootste indicatieve afstand van 100 meter. Voor de activiteiten geldt dat er een grote mate van diversiteit kan bestaan.
De brochure is een instrument om toekomstige bedrijven en gevoelige objecten, op een verantwoorde manier ruimtelijk van elkaar te scheiden. In dit geval is sprake van een bestaande situatie, waarbij voor het bedrijf, inclusief toekomstige activiteiten, geldt dat aan milieunormen moet worden voldaan. Gelet op de afstand tot de meest nabij gelegen woning van derden (circa 50 meter), is op basis van een integrale benadering van het omgevingsrecht gemotiveerd dat het perceel Vaartje 45 geschikt is voor bedrijven tot en met milieucategorie 3.1, of bedrijven die daaraan kunnen worden gelijkgesteld. Voor de huidige bedrijfsvoering is, op basis van de aard en omvang van de bedrijfsactiviteiten, beredeneerd en gemotiveerd dat dit het geval zal zijn.
Gelet op het bovenstaande en het in Bijlage 1 opgenomen rapport is aan het perceel Vaartje 45 een passende bedrijfsbestemming tot en met milieucategorie 3.1 toegekend, met eventueel als afwijkingsmogelijkheid milieucategorie 3.2 met een aanduiding die aangeeft dat sprake is van 'diversiteit', en onder de voorwaarde dat wordt onderbouwd dat het bedrijf kan worden gelijkgesteld met een milieucategorie 3.1 bedrijf.
Op basis van de Wet ruimtelijke ordening bepaalt een drietal zaken de opzet en inrichting van de bestemmingsplanregels, te weten:
Bij het opstellen van de inhoud van de regels is aangesloten bij de systematiek zoals gehanteerd bij het bestemmingsplan 'Buitengebied 2013' van de gemeente Someren.
De structuur van het plan is zodanig dat de verbeelding de primaire informatie geeft over waar en hoe gebouwd mag worden. Bij het raadplegen van het bestemmingsplan dient dan ook eerst naar de verbeelding gekeken te worden. Vervolgens kan in de regels teruggelezen worden welk gebruik en welke bouwmogelijkheden zijn toegestaan.
Op de verbeelding zijn aangegeven:
De regels zijn conform de SVBP2012 en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) als volgt opgebouwd:
Onderhavige herziening maakt geen bouwplan mogelijk in de zin van artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening. Kostenverhaal is daarom niet aan de orde, zodat er geen sprake is van de noodzaak van het opstellen van een exploitatieplan of het sluiten van anterieure overeenkomsten met ontwikkelende partijen. Het bestemmingsplan is economisch uitvoerbaar.
Het voorliggende bestemmingsplan ziet op een reparatie van het vernietigde besluit door de Afdeling voor zover het betreft het plandeel met de bestemming 'Bedrijf' voor het perceel Vaartje 45, voor zover de bedrijfsactiviteiten van Kuijpers ter plaatse niet als zodanig zijn bestemd, conform de uitspraak van de Afdeling.
In onderhavige toelichting is aangetoond dat er geen negatieve gevolgen zijn voor de ruimtelijke kwaliteit ter plaatse en dat het perceel ter plaatse geschikt is voor bedrijven tot en met milieucategorie 3.1. Het planvoornemen leidt niet tot overwegende planologische bezwaren.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft in de einduitspraak aangegeven dat het door de raad te nemen nieuwe besluit over het perceel Vaartje 45 niet overeenkomstig afdeling 4.3 van de Awb hoeft te worden voorbereid. Dit betekent dat voorliggend bestemmingsplan rechtstreeks door de raad van de gemeente Someren wordt vastgesteld en vervolgens voor 6 weken ter inzage wordt gelegd.
Het besluit tot vaststelling is op donderdag 16 juli 2015 door de raad van de gemeente Someren genomen.