direct naar inhoud van Artikel 6 Waarde- Archeologie
Plan: Brede School De Diamant
Status: ontwerp
Plantype: projectbesluit
IMRO-idn: NL.IMRO.0847.PB02010010-OW01

Artikel 6 Waarde- Archeologie

6.1 Omschrijving

De als Waarde - Archeologie aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende besluitsubvlakken, bedoeld voor instandhouding en bescherming van de in de grond aanwezige of te verwachten archeologische waarden.

6.2 Bouwvoorschriften

Binnen de als Waarde - Archeologie aangeduide gronden, als bedoeld in lid 4.1 is het niet toegestaan te bouwen, met uitzondering van:

  • a. Verbouw en/of nieuwbouw van bestaande gebouwen, voor zover bij de bouw de bestaande oppervlakte van het gebouw niet wordt vergroot of ruimtelijk gewijzigd en voor zover bij de bouw geen grondwerkzaamheden worden uitgevoerd dieper dan 0,4 meter ten opzichte van het maaiveld;
  • b. De bouw van een bijgebouw van, of uitbreiding van een bestaand hoofdgebouw met een bruto-oppervlak van de bodemingreep van ten hoogste 100 m2;
  • c. Bouwwerken ten dienste van de in lid 4.1 genoemde doeleinden en ten dienste van een overige aan deze gronden toegekende bestemming, voor zover bij de bouw geen grondwerkzaamheden worden uitgevoerd dieper dan 0,4 meter ten opzichte van het maaiveld.
  • d. Ingeval van verlening van een bouwvergunning is het aan de gemeente of een daarvoor aangewezen partij altijd toegestaan archeologische waarnemingen te doen ten tijde van de graafwerkzaamheden ten behoeve van de bouw.

6.3 Nadere voorwaarden

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd nadere voorwaarden te stellen aan de plaats, de fundering en de afmetingen van bouwwerken, voor zover die worden gebouwd op, of binnen een afstand van 25 meter tot gebieden die zijn aangeduid als “Waarde - Archeologie”, zulks ter voorkoming van onevenredige aantasting van het zicht op en de landschappelijke inpassing van de betreffende waardevolle terreinen, maar ook omdat de exacte begrenzing van archeologische terreinen niet in alle gevallen vaststaat.Op de voorbereiding van een besluit omtrent een nadere voorwaarde, is de procedure als beschreven in artikel 9 van toepassing.

6.4 Vrijstelling van de bouwvoorschriften

Burgemeester en wethouders kunnen vrijstelling verlenen van het bepaalde in lid 4.2 voor bouwwerken;

  • a. ten behoeve van samenvallende besluitvlakken, mits uit archeologisch onderzoek en rapportage daarvan, zoals gesteld in de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie, blijkt dat de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld;
  • b. in het belang van de archeologische monumentenzorg kunnen aan de vrijstelling de volgende verplichtingen worden verbonden:
  • 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor monumenten in de bodem kunnen worden behouden;
  • 2. de verplichting tot het doen uitvoeren van opgravingen;
  • 3. de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties.
  • c. op de voorbereiding van een besluit omtrent een vrijstelling als bedoeld in lid 4.2, is de procedure als beschreven in artikel 9 van toepassing.