direct naar inhoud van Artikel 3 Maatschappelijk
Plan: Brede School De Diamant
Status: vastgesteld
Plantype: projectbesluit
IMRO-idn: NL.IMRO.0847.PB02010010-VS01

Artikel 3 Maatschappelijk

3.1 Omschrijving

De voor 'Maatschappelijk' aangewezen gronden zijn bedoeld voor:

  • a. religieuze en educatie doeleinden;
  • b. algemene maatschappelijke dienstverlenende doeleinden;
  • c. een verharde speelplaats;

3.2 Bouwvoorschriften
3.2.1 Algemeen

Het bebouwingspercentage binnen het bouwvlak mag niet meer bedragen dan ter plaatse van het besluitsubvlak 'maximaal bebouwingspercentage' is aangegeven.

3.2.2 Gebouwen

Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende bepalingen:

  • a. Gebouwen mogen uitsluitend worden gebouwd binnen het bouwvlak.
  • b. In afwijking van het bepaalde onder a mogen ondergeschikte uitbouwen en luifels voor de voorgevel van het hoofdgebouw worden gebouwd, met inachtneming van de volgende bepalingen:
  • 1. De bouwgrens wordt met niet meer dan 1 m naar de wegzijde overschreden.
  • 2. De breedte van een uitbouw en/of luifel mag niet meer bedragen dan 40% van de gevel waarin de uitbouw en/of luifel wordt gebouwd, met een maximumbreedte van 2,5 m.
  • 3. De bouwhoogte van een uitbouw en/of luifel mag niet meer bedragen dan de hoogte van de eerste bouwlaag van het hoofdgebouw.
  • 4. De afstand van de uitbouw en/of luifel tot de straat mag niet minder bedragen dan 2 m.
  • a. De voorgevel van een gebouw moet worden gesitueerd in de voorgevelrooilijn, dan wel op een afstand van niet meer dan 3 m daar achter.
  • b. De bouwhoogte van het gebouw mag niet meer bedragen dan is aangegeven ter plaatse van de aanduiding ‘maximale bouwhoogte (m)’.

3.2.3 bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen:

  • a. De bouwhoogte van terrein- en erfafscheidingen mag niet meer dan 2 m bedragen.
  • b. De bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 3 m.

3.3 Nadere voorwaarden
  • a. Burgemeester en wethouders kunnen nadere voorwaarden stellen ten aanzien van de situering, de afmetingen, de vormgeving en de dakvorm van hoofdgebouwen, aanbouwen en bijgebouwen en van bouwwerken, geen gebouw zijnde, alsmede aan de situering van in- en uitritten en het parkeren op het bouwperceel.
  • b. De onder a genoemde nadere voorwaarden mogen slechts worden gesteld met inachtneming van de bouwvoorschriften:
  • 1. indien dit noodzakelijk is ter waarborging van de ruimtelijke kwaliteit en/of het stedenbouwkundig beeld, dan wel indien dit noodzakelijk is voor een verantwoorde stedenbouwkundige en/of architectonische inpassing in de bestaande bebouwing;
  • 2. ter voorkoming van onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken.
  • c. Op de voorbereiding van een besluit omtrent een nadere voorwaarde als bedoeld in lid 3.3 onder a, is de procedure als beschreven in artikel 9 van toepassing.