direct naar inhoud van Artikel 4 Sport - Golfbaan
Plan: Bestemmingsplan Golfbaan De Swinkelsche
Status: voorontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0847.BP02009003-VO01

Artikel 4 Sport - Golfbaan

4.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Sport - Golfbaan' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. een 18-holes golfbaan;
  • b. verenigingsactiviteiten met daaraan ondergeschikte horecavoorzieningen, ruimte voor accomodaties voor vergaderingen en detailhandel ten behoeve van de golfsport;
  • c. twee bedrijfswoningen;
  • d. ontsluiting en parkeervoorzieningen ter plaatse van de aanduiding 'ontsluiting';
  • e. archeologische waarden, ter plaatse van de aanduiding 'archeologische waarden';
  • f. waterhuishoudkundige doeleinden, waterberging, waterlopen en oevers;
  • g. groenvoorzieningen;
  • h. recreatief medegebruik;

Met daarbijbehorende:

  • 1. gebouwen;
  • 2. bouwwerken geen gebouw zijnde;
  • 3. tuinen en erven.
  • 4. nutvoorzieningen;
  • 5. paden.
4.2 Bouwregels
4.2.1 Algemeen

In of op deze gronden mogen ten behoeve van de bestemming uitsluitend worden gebouwd:

  • a. gebouwen;
  • b. bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
4.2.2 Clubgebouw

Ten aanzien van het bouwen van een clubgebouw gelden de volgende regels:

  • a. het clubgebouw dient binnen het bouwvlak dat groter is dan 1.500 m2 te worden gebouwd;
  • b. de goothoogte bedraagt maximaal 5 m;
  • c. de bouwhoogte bedraagt maximaal 12 m;
  • d. de oppervlakte bedraagt maximaal 2.500 m2;
  • e. de bebouwing dient te worden voorzien van een kap.
4.2.3 Bedrijfswoning

Ten aanzien van het bouwen van bedrijfswoning gelden de volgende regels:

  • a. de bedrijfswoning dient binnen het bouwvlak te worden gebouwd;
  • b. per bouwvlak mag maximaal 1 bedrijfswoning worden gebouwd.
  • c. de inhoud van het hoofdgebouw en bijbehorende bijgebouwen bedraagt maximaal 1000 m3;
  • d. de goothoogte bedraagt niet meer dan 6 meter;
  • e. de bouwhoogte bedraagt niet meer dan 10 meter;
  • f. de bebouwing dient te worden voorzien van een kap.
4.2.4 Afslagplaats

Ten aanzien van het bouwen van een afslagplaats gelden de volgende regels:

  • a. de afslagplaats dient binnen het bouwvlak dat groter is dan 1.500 m2 te worden gebouwd;
  • b. de bouwhoogte bedraagt maximaal 6,5 meter;
  • c. het oppervlakte bedraagt maximaal 500 m2.
4.2.5 Berging

Ten aanzien gebouwen voor het opslaan van materialen gelden de volgende regels:

  • a. een berging dient binnen het bouwvlak dat kleiner is dan 1.500 m2 te worden gebouwd;
  • b. de goothoogte bedraagt maximaal 6 meter;
  • c. de bouwhoogte bedraagt maximaal 8 meter;
  • d. de oppervlakte per onderhouds- of opslaggebouwen bedraagt maximaal 500 m2.
4.2.6 Schuilgelegenheden en sanitaitre voorzieningen

Ten aanzien van het bouwen van schuilgelegenheden en sanitaire voorzieningen gelden de volgende regels:

  • a. schuilgelegenheden en sanitaire voorzieningen dienen buiten het bouwvlak worden gebouwd;
  • b. de oppervlakte per gebouw bedraagt maximaal 20 m2;
  • c. de totale oppervlakte van alle gebouwen buiten het bouwvlak bedraagt maximaal 100 m2;
  • d. de goothoogte bedraagt maximaal 3,5 meter;
  • e. de nokhoogte bedraagt maximaal 5 meter.
4.2.7 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels:

  • a. de hoogte van terreinafscheidingen bedraagt niet meer dan 2 meter;
  • b. de hoogte van antenne- en lichtmasten bedraagt niet meer dan 8 meter;
  • c. de hoogte van een ballenvanger ten behoeve van de afslagplaats bedraagt niet meer dan 15 meter;
  • d. de hoogte van overige bouwwerken bedraagt niet meer dan 3,5 meter.
4.3 Specifieke gebruiksregels
4.3.1 Parkeren

Voorzien moet worden in voldoende parkeermogelijkheden op eigen terrein met een capaciteit voor minimaal 100 auto's. De parkeerplaatsen dienen te worden gerealiseerd ter plaatse van de aanduiding 'ontsluiting' ter hoogte van het bouwvlak.

4.4 Aanlegvergunning

Het is verboden zonder of in afwijking van een aanlegvergunning van burgemeester en wethouders ter plaatse van de aanduiding 'archeologische waarde' op de in artikel 4.1 bedoelde gronden de volgende andere werken uit te voeren:

  • a. het ontgronden, vergraven, afgraven, egaliseren, diepploegen, woelen en mengen en ophogen van gronden;
  • b. het aanleggen, verbreden en verharden van paden, banen en andere oppervlakteverhardingen;
  • c. het aanleggen, verdiepen, verbreden en dempen van sloten, watergangen en overige waterpartijen;
  • d. het aanleggen van ondergrondse of bovengrondse transport-, energie- en/of communicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties en apparatuur;
  • e. het aanbrengen of verwijderen van diepwortelende beplantingen, het bebossen en aanplanten van gronden en het rooien en/of kappen van bos of andere houtgewassen;
  • f. het scheuren van grasland;
  • g. andere werken die een verandering van de waterhuishouding of het grondwaterpeil tot gevolg hebben, zoals drainage en (onder)bemaling.
4.4.1 Weigeringsgrond

De andere werken als bedoeld in 4.4 zijn slechts toelaatbaar voor zover het bevoegd gezag op basis van archeologisch onderzoek heeft vastgesteld dat ter plaatse van deze aanduiding geen archeologische waarden aanwezig zijn die moeten worden beschermd dan wel het bevoegd gezag een besluit heeft genomen over het veiligstellen van de aangetroffen archeologische waarden en uit de aanvraag blijkt dat met dit besluit aantoonbaar rekening is gehouden.

4.4.2 Uitzondering

Het verbod als bedoeld in lid 5.3 is niet van toepassing op andere werken die:

  • a. het normale onderhoud, gebruik en beheer ten dienste van de bestemming betreffen;
  • b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan;
  • c. reeds mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning.