24.1 Bestemmingsomschrijving
De voor Leiding- Hoogspanningsverbinding aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor aanleg, gebruik, instandhouding en/of bescherming van een bovengrondse hoogspanningsleiding en voor groenvoorzieningen.
25.2 Bouwregels
In afwijking van wat elders in deze regels is bepaald met betrekking tot de toegestane bebouwing binnen de andere bestemmingen, mogen er op de gronden binnen deze medebestemming Leiding- Hoogspanning uitsluitend bouwwerken geen gebouwen zijnde worden gebouwd ten behoeve van de aanleg en /of instandhouding van de hoogspanningleiding. De hoogte mag maximaal 49m¹ zijn.
24.3 Afwijken van de bouwregels
Er kan ontheffing worden verleend voor het bouwen ten behoeve van de andere voor deze gronden geldende bestemmingen. Hiervoor geldt tenminste de randvoorwaarde dat het functioneren van de hoogspanningsleiding hierdoor niet wordt belemmerd. Alvorens een besluit te nemen, winnen burgemeester en wethouders het advies in van de leidingbeheerder.
25.4. Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren:
1.het aanbrengen van beplantingen en bomen;
2.het aanleggen van wegen en paden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen;
3. het indrijven van voorwerpen in de bodem;
4. het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe worden gerekend afgraven, ontginnen en ophogen;
5.het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren;
6. het permanent opslaan van goederen;
24.5 Uitzondering op vergunningvereiste
Het bepaalde onder 25.4 is niet van toepassing op werken en/of werkzaamheden die:
1.die verband houden met de aanleg van de desbetreffende bovengrondse hoogspanningsleiding;
2. die reeds in uitvoering zijn op het moment van het van kracht worden van het bestemmingsplan;
3. het normale onderhoud ten aanzien van de verbinding en de belemmeringenstrook of ten aanzien van de functies van de andere voorkomende bestemmingen betreffen.
24.6. Toelaatbaarheid
De onder 23.1 genoemde vergunning kan slechts worden verleend indien de desbetreffende werken en/ of werkzaamheden niet strijdig zijn met de belangen en de veiligheid van de verbinding.
De vergunning kan niet eerder worden verleend dan nadat de leidingbeheerder schriftelijk advies heeft uitgebracht aan het bevoegd gezag.