Type plan: bestemmingsplan
Naam van het plan: Buitengebied Someren
Status: ontwerp
Plan identificatie: NL.IMRO.0847.BP02011002-OW01

Artikel 5 Agrarisch - Agrarisch bedrijf

 

Toelichting
De bestemming Agrarisch- Agrarisch bedrijf is toegekend aan locaties waar sprake is van bedrijfsmatige agrarische activiteiten met bebouwing en ondersteunende voorzieningen. Het bestemmingsvlak is tevens het bouwvlak.
Grondgebonden activiteiten zijn overal toegestaan
Voor een aantal ( niet alle) locaties geldt dat afhankelijk van de ligging naast grondgebonden activiteiten ook een of meer andere bedrijfsvormen zoals bijvoorbeeld intensieve veehouderij zijn toegestaan. Op de verbeelding is dit aangeduid.
Een bijzondere regeling geldt op grond van de provinciale verordening ruimte voor intensieve veehouderijen in extensiveringsgebied. Deze bedrijven zijn “op slot”gezet waarbij de peildatum 1 oktober 2010 is.
Het aantal dierplaatsen mag niet worden uitgebreid, in de regels is dit verder uitgewerkt.
In de regels is verder conform de provinciale verordening ruimte bepaald dat binnen gebouwen ten hoogste één bouwlaag gebruikt mag worden voor het houden van dieren.


5.1 Bestemmingsomschrijving
1. De voor Agrarisch- Agrarisch bedrijf aangewezen gronden zijn bestemd voor de uitoefening van een
agrarisch bedrijf met de bijbehorende bedrijfsbebouwing, waaronder één bedrijfswoning ten zijn anders aangegeven, en voorzieningen zoals mestopslagsilo’s, permanente en tijdelijke
teeltondersteunende voorzieningen, voorzieningen ten behoeve van waterberging en - infiltratie, voer- en mestplaten, mest- of waterbassins van folie, verharding en groene erfinrichting.
2. Binnen bestemmingsvlakken waar een bedrijfswoning is toegestaan, zijn aan huis verbonden beroepen toegestaan.
3. Binnen bestemmingsvlakken met de aanduiding “specifieke vorm van agrarisch-covergisting” is als nevenactiviteit een covergistingsinstallatie toegestaan met een capaciteit van maximaal 25000 ton per jaar. Minimaal 51procent van de te verwerken mest en andere producten is afkomstig van het ter plaatse uitgeoefende agrarisch bedrijf.
4. Binnen bestemmingsvlakken met de aanduiding “specifieke vorm van agrarisch- loonwerkbedrijf” is tevens een agrarisch loonwerkbedrijf toegestaan.
5. Binnen bestemmingsvlakken met de aanduiding ‘ plattelandswoning’ is bewoning van de bedrijfswoning door derden die geen relatie hebben met het agrarisch bedrijf toegestaan. Deze vorm van bewoning is in overeenstemming met de bestemming.
6. De oppervlakte voor bebouwing, verharding en andere voorzieningen mag maximaal 90% van het
bestemmingsvlak bedragen zodat er tenminste 10% overblijft voor de groene erfinrichting.
7. Indien tussen bestemmingsvlakken de aanduiding ‘relatie is aangegeven, worden deze bestemmingsvlakken aangemerkt als één bestemmingsvlak.

5.1.2 Toegestane bedrijfsvormen

Op alle bestemmingsvlakken zijn grondgebonden activiteiten toegestaan.
Voor zo ver de aard van de bedrijven op de verbeelding nader is aangeduid zijn naast grondgebonden activiteiten ook de volgende bedrijfsvormen toegestaan:
  1. Op bestemmingsvlakken met de aanduiding ‘intensieve veehouderij’ ( iv) is naast grondgebonden activiteiten ook intensieve veehouderij toegestaan;
  2. Op bestemmingsvlakken met de aanduiding ‘Íntensieve veehouderij begrensd’ (ivb) is intensieve veehouderij toegestaan in een omvang van maximaal het aantal dierplaatsen dat op 1 oktober 2010 legaal aanwezig was dan wel nog gerealiseerd mag/ mocht worden krachtens een op die datum nog te verlenen bouwvergunning. Deze vergunning moet gebaseerd zijn op een volledige en ontvankelijke bouwaanvraag die in overeenstemming is met het geldende bestemmingsplan en die vóór 1 oktober 2010 is aangevraagd;
  3. Op bestemmingsvlakken met de aanduiding ‘Specifieke vorm van agrarisch-niet- grondgebonden” zijn niet- grondgebonden activiteiten, niet zijnde intensieve veehouderij, toegestaan;
  4. Op het bestemmingsvlak met de aanduidingen ‘intensieve veehouderij’ (iv) en ’bomenteelt’ ( bm) zijn beide bedrijfsactiviteiten toegestaan;
  5. Op het bestemmingsvlak met de aanduiding ‘Specifieke vorm van agrarisch-Zorgtuinderij’ zijn activiteiten toegestaan in de vorm van het bieden van een dagbesteding aan mensen met een verstandelijke beperking, die op het bedrijf diverse werkzaamheden kunnen verrichten.
  6. Op bestemmingsvlakken met de aanduiding ‘Specifieke vorm van agrarisch- Agrarisch loonwerkbedrijf’ ( sa-al)
    is naast agrarische activiteiten bedrijf ook een loonwerkbedrijf toegestaan.

5.2 Bouwregels

5.2.1 Algemeen
  1. Op of in de in 5.1. bedoelde gronden mag uitsluitend worden gebouwd ten dienste van de doeleinden die in de bestemmingsomschrijving zijn aangegeven.
  2. De afstand tot de as van de weg waaraan wordt gebouwd, mag niet minder bedragen dan 20m¹;
  3. De afstand van gebouwen tot de perceelsgrens bestemmingsgrens mag niet minder dan 5m¹ bedragen.
5.2.2 Bedrijfsgebouwen en ondersteunende kassen

Voor het bouwen van bedrijfsgebouwen gelden de volgende bepalingen:

  1. Op de bestemmingsvlakken met de aanduiding ‘Intensieve veehouderij begrensd’ mag niet gebouwd worden voor uitbreiding van het aantal dierplaatsen dat bestaat of nog gerealiseerd mag/ mocht worden op 1 oktober 2010.
  2. Op het bestemmingsvlak met de aanduidingen ‘intensieve veehouderij ’en ‘bomenteelt’ mag binnen het gedeelte met laatstgenoemde aanduiding uitsluitend ten behoeve van bomenteelt worden gebouwd.
  3. De maximaal toegestane goothoogte is 4,5m1.
  4. De maximaal toegestane bouwhoogte is 10 m1.
  5. De maximaal toegestane oppervlakte voor teeltondersteunende kassen is 1000m². Deze beperking geldt niet voor de bestemmingsvlakken waar glastuinbouw is toegestaan.
  6. De maximaal toegestane oppervlakte ten behoeve van de nevenactiviteit agrarisch loonwerk is:
Heikomstraat 10 2100m²
Herselseweg 36 30000m²
Laan ten Boomen 42 1250m²
Veldweg 16 3000m²

5.2.3 Andere bouwwerken
  1. De maximaal toegestane hoogte is 6m¹.
  2. De maximaal toegestane hoogte voor silo’s is 15m¹

5.2.4 Bedrijfswoningen
  1. Per bestemmingsvlak is één bedrijfswoning toegestaan tenzij op de verbeelding een ander getal is aangegeven.
  2. De maximaal toegestane inhoud is 750m³, de inhoud van kelders wordt niet meegeteld.
  3. De maximaal toegestane goothoogte is 6m¹
  4. De maximaal toegestane bouwhoogte is 10m¹
  5. Bij herbouw mag de bedrijfswoning uitsluitend gesitueerd worden ter plaatse van de bestaande fundering en als er sprake is van uitbreiding daar direct op aansluitend.

5.2.5 Bijgebouwen bij bedrijfswoning
  1. Per bedrijfswoning is een bijgebouw toegestaan met een oppervlakte van maximaal 100m²
  2. De maximaal toegestane goothoogte is 3m¹;
  3. De maximaal toegestane bouwhoogte is 4,5m¹.

5.2.6 Andere bouwwerken bij bedrijfswoning
  1. Per bedrijfswoning mag één carport worden gebouwd met
    een oppervlakte van maximaal 20m²
    en een maximale hoogte van 3m¹.
  2. Voor andere bouwwerken ge
    ldt een hoogte van maximaal 2,5m¹.

5.3. Afwijken van de bouwregels

5.3.1 ( Toren)silo’s
Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het plan
voor de bouw van (toren)silo’s hoger dan 15m¹. Hierbij gelden tenminste de volgende randvoorwaarden.
  1. De hoogte is maximaal 25m¹.
  2. Er moet sprake zijn van een noodzaak vanuit een doelmatige bedrijfsvoering en/ of ontwikkeling. Dit moet worden aangetoond door middel van een advies van de AAB.
  3. De landschappelijke of andere waarden van de omliggende gronden mogen niet onevenredig worden aangetast.
  4. Er moet zorg worden gedragen voor een goede landschappelijke inpassing conform de uitgangspunten van het beeldkwaliteitplan. Hiertoe moet een erfinrichtingsplan
    worden overgelegd.

5.3.2 Extra ondersteunende kassen
Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het plan
voor de bouw van extra ondersteunende kassen. Hierbij gelden tenminste de volgende randvoorwaarden:
  1. Er moet sprake zijn van een noodzaak vanuit een doelmatige bedrijfsvoering en/ of ontwikkeling. Dit moet worden aangetoond door middel van een advies van de AAB.
  2. De maximaal toegestane oppervlakte is 5000m².
  3. Er moet zorg worden gedragen voor een goede landschappelijke inpassing conform de uitgangspunten van het beeldkwaliteitplan. Hiertoe moet een erfinrichtingsplan worden overgelegd.

5.3.3. Covergisting
Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het plan
voor de bouw van een covergistingsinstallatie als nevenactiviteit. Hierbij gelden tenminste de volgende randvoorwaarden:
1. De capaciteit is maximaal 25.000 ton;
2. Minimaal 51procent van de te verwerken mest en andere producten is afkomstig van het ter plaatse uitgeoefende agrarisch bedrijf;
3. Eer moet worden voorzien in een goede landschappelijke inpassing.

5.4 Specifieke gebruiksregels
Onder met de bestemming strijdig gebruik wordt in ieder geval verstaan:
  1. Het gebruik van gebouwen anders dan de bedrijfswoning voor bewoning.
  2. Het binnen gebouwen meer dan één bouwlaag gebruiken voor het houden van dieren.
  3. Op het bestemmingsvlak met de aanduidingen ‘bomenteelt’(bm) en ‘intensieve veehouderij’(iv) mag het gedeelte met de aanduiding ‘bomenteelt’ uitsluitend worden gebruikt voor grondgebonden agrarische activiteiten.
5.4 Afwijken van de gebruiksregels

5.4.1 Huisvesting tijdelijke werknemers

1. Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het plan ten behoeve van de tijdelijke huisvesting van tijdelijk werknemers in een bedrijfswoning, in bestaande of direct vergunbare bedrijfsgebouwen of in woonunits een en ander onder de volgende voorwaarden:
    1. deze huisvesting dient noodzakelijk te zijn uit een oogpunt van een doelmatige agrarische bedrijfsvoering vanuit het oogpunt van de tijdelijke grote arbeidsbehoefte in het betreffende agrarisch bedrijf, waarover advies gevraagd kan worden aan de Adviescommissie Agrarische Bouwaanvragen;
    2. de huisvesting mag uitsluitend werknemers betreffen, die binnen het bedrijf, waar ze gehuisvest zijn, werkzaamheden verrichten;
    3. de huisvesting mag niet meer dan 6 maanden per kalenderjaar bedragen;
    4. bij huisvesting in een woning of bedrijfsgebouw dient per persoon tenminste 12m² woonoppervlak beschikbaar te zijn;
    5. huisvesting in woonunits is alleen toegestaan als een aantoonbare tijdelijke oplossing;
    6. de gezamenlijke oppervlakte van woonunits mag niet meer mag bedragen dan 250 m². Per persoon dient tenminste 10m² woonoppervlak beschikbaar te zijn.
    7. de (nok)hoogte van een woonunit mag niet meer bedragen dan 3,0 m;
    8. de woonunit(s) word(t)(en) geplaatst binnen het agrarische bouwvlak;
    9. er dient voorzien te worden in een doelmatige landschappelijke inpassing;
    10. per drie huisvestingsplaatsen moet minimaal 1 parkeerplaats op eigen terrein beschikbaar te zijn;

2. Het bevoegd gezag kan
nadere eisen stellen aan de situering van de woonunit(s) voor zover dit nodig is met het oog op:
  1. een goede landschappelijke inpassing,
  2. bescherming van de belangen van de omwonenden en omliggende (agrarische) bedrijven en/of
  3. een passende situering ten opzichte van elkaar of andere aanwezige bebouwing.

3.Het bevoegd gezag trekt de vergunning in
indien de daaraan ten grondslag liggende tijdelijk grote arbeidsbehoefte niet meer aanwezig
dan wel voldoende (permanente) structurele voorzieningen voor tijdelijke huisvesting van tijdelijke werknemers binnen de gemeente of binnen de daartoe samenwerkende gemeenten Deurne, Asten en Someren aanwezig zijn.

5.4.2 Minicamping

Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het plan voor het toestaan van een minicamping.
  1. Er zijn in totaal maximaal
    25 kampeermiddelen toegestaan, waarvan op maximaal 5 kampeerplaatsen stacaravans zijn toegestaan.
  2. Er mag geen sprake zijn van een onevenredige aantasting van andere belangen waaronder die van omwonenden en (agrarische) bedrijven.
  3. Er mag geen bebouwing worden opgericht.
  4. De afstand tot de weg dient tenminste 20m¹ te zijn.
  5. De afstand tot de perceelsgrens dient tenminste 5m¹ te zijn.
  6. Er moet zorg worden gedragen voor een goede landschappelijke inpassing conform de uitgangspunten van het beeldkwaliteitplan. Hiertoe moet een erfinrichtingsplan worden overgelegd.

5.4.3. Groepsaccommodatie
Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het plan voor het toestaan van een groepsaccommodatie. Hierbij gelden tenminste de volgende randvoorwaarden.
  1. De capaciteit is maximaal 20 (eenpersoons) bedden.
  2. De activiteit vindt plaats binnen of aansluitend aan het bestemmingsvlak
  3. Voorzieningen in de vorm van bebouwing, zoals sanitaire voorzieningen, worden voor zo ver dit redelijkerwijs mogelijk is, gerealiseerd binnen de bestaande bebouwing of in op te richten bebouwing aansluitend aan de bestaande bebouwing.
  4. De afstand tot de weg dient tenminste 20m¹ te zijn.
  5. De afstand tussen de minicamping en woningen van derden is tenminste 50m¹.
  6. Er mag geen sprake zijn van een onevenredige aantasting van andere belangen waaronder die van omwonenden en( agrarische) bedrijven.
  7. Parkeren vindt plaats op eigen terrein.
  8. Er moet zorg worden gedragen voor een goede landschappelijke inpassing conform de uitgangspunten van het beeldkwaliteitplan. Hiertoe moet een erfinrichtingsplan worden overgelegd.

5.4.4 Bed and breakfast
Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het plan voor het toestaan van bed and breakfast in bestaande bebouwing. Hierbij gelden tenminste de volgende randvoorwaarden:
  1. Het maximum aantal slaapplaatsen is tien.
  2. Er dienen voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein te zijn.
  3. Er mag geen sprake zijn van een onevenredige aantasting van andere belangen waaronder die van omwonenden en (agrarische) bedrijven.

5.4.5 Theehuis/ uitspanning
Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het plan
voor het toestaan van het als ondergeschikte functie vanuit de bestaande bebouwing verstrekken van dranken en/of spijzen voor gebruik ter plaatse. Hierbij gelden tenminste de volgende randvoorwaarden:
  1. Er mag geen sprake zijn van een onevenredige aantasting van andere belangen waaronder die van omwonenden en (agrarische) bedrijven.
  2. Er dienen voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein te zijn.

5.4.6 Verhuur van fietsen/ rijtuigen
Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het plan voor het toestaan van het als ondergeschikte functie verhuren van fietsen, rijtuigen e.d. vanuit de bestaande bebouwing. Hierbij gelden tenminste de volgende randvoorwaarden:
  1. Er mag geen sprake zijn van een onevenredige aantasting van andere belangen waaronder die van omwonenden en (agrarische) bedrijven.
  2. Er dienen voldoende parkeerplaatsen te zijn.
  3. Er moet zorg worden gedragen voor een goede landschappelijke inpassing conform de uitgangspunten van het beeldkwaliteitplan. Hiertoe moet een erfinrichtingsplan worden overgelegd.
5.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden.
Het is verboden op of in de in 5.1. bedoelde gronden zonder of in afwijking van een
omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
erfbeplanting te verwijderen waarvan de aanleg in het kader van een vergunningverlening verplicht is gesteld. Geen omgevings
vergunning is vereist voor normaal onderhoud en beheer.
Deze werken en/of werkzaamheden zijn slechts toelaatbaar indien zij verband houden met de doeleinden, die aan de bestemming zijn toegekend en door het uitvoeren van deze werken of
werkzaamheden noch direct noch indirect onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de waarden en
kwaliteiten van de desbetreffende gronden zoals omschreven in de (dubbel)bestemming met
eventuele aanduiding, en in het beeldkwaliteitplan.


5.6 Wijzigingsbevoegdheid naar Bedrijf- agrarisch verwant
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd deze bestemming te wijzigen in de bestemming Bedrijf voor het vestigen van een agrarisch verwant bedrijf. Hierbij gelden tenminste de volgende randvoorwaarden:
1.Het agrarisch bedrijf is beëindigd en hervatting van de agrarische activiteiten ligt niet meer in de rede.
2. De vrijgekomen agrarische bebouwing moet worden gesloopt met dien verstande dat er maximaal 400m² bebouwing mag overblijven voor het agrarisch verwant bedrijf. Cultuurhistorisch waardevolle bebouwing moet worden gehandhaafd.
3. In afwijking van het voorgaande is binnen gebieden met de aanduiding “bebouwingsconcentratie” maximaal 600m² toegestaan.
4.Indien de bestaande bebouwing bouwtechnisch of anderszins ongeschikt is voor het agrarisch verwant bedrijf, is nieuwbouw toegestaan.
5. Buitenopslag is niet toegestaan.
6. De belangen van derden en de in de omgeving aanwezige waarden mogen niet onevenredig worden geschaad.