Toelichting De bestemming Agrarisch met waarden- natuurwaarden is van toepassing op een aantal gebieden in de beekdalen, in de meeste gevallen sluiten zij aan op natuurgebieden zoals ten noorden van de Kievitsbeek, bij de Vlerkense Beemden en het gebied Meerven. Agrarisch grondgebruik is toegestaan zij het met beperkingen met betrekking tot bepaalde werken en/ of werkzaamheden waarvoor een omgevingsvergunning, voorheen aanlegvergunning, moet worden gevraagd. Voor de locaties waar een agrarisch bedrijf wordt uitgeoefend, geldt de afzonderlijke bestemming. Agrarisch- Agrarisch bedrijf. |
9.1 Bestemmingsomschrijving
De voor Agrarisch met waarde- natuurwaarden aangewezen gronden zijn bestemd voor:
Al dan niet bedrijfsmatig agrarisch grondgebruik inclusief tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen.
Behoud en/of herstel van de aanwezige waarden.
Extensief recreatief medegebruik
Groenvoorzieningen
Infiltratie
Water en waterhuishoudkundige voorzieningen
9.2 Bouwregels
Op of in de in 9.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden gebouwd ten dienste van de in de bestemmingsomschrijving omschreven bestemming. De hoogte mag maximaal 2,50m¹ zijn.
9.3 Specifieke gebruiksregels
De volgende werken en / of werkzaamheden worden in ieder geval aangemerkt als met de
bestemming strijdig gebruik en zijn dus verboden: het aanleggen van mest- of
waterbassins van folie.
9.4 Afwijken van de gebruiksregels
9.4.1 Minicamping
Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het plan voor het toestaan van een minicamping. Hierbij gelden tenminste de volgende randvoorwaarden:
Het betreft uitsluitend recreatief medegebruik voor kleinschalig kamperen op gronden die direct aansluiten op een bestemmingsvlak waar kleinschalig kamperen al
is toegestaan dan wel in het kader van de onderhavige omgevingsvergunning wordt toegestaan.
Er zijn in totaal maximaal 25 kampeermiddelen toegestaan, waarvan op maximaal 5 kampeerplaatsen stacaravans zijn toegestaan.
Er mag geen sprake zijn van een onevenredige aantasting van andere belangen waaronder die van omwonenden en (agrarische) bedrijven.
Er mag geen bebouwing worden opgericht.
De afstand tot de weg dient tenminste 20m¹ te zijn.
De afstand tot de perceelsgrens dient tenminste 5m¹ te zijn.
Er moet zorg worden gedragen voor een goede landschappelijke inpassing conform de uitgangspunten van het beeldkwaliteitplan. Hiertoe moet een erfinrichtingsplan worden overgelegd.
9.5. Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
Het is verboden zonder of in afwijking van een
omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren:
het verlagen, vergraven, ophogen of egaliseren van de bodem
het diepploegen, diepwoelen of het uitvoeren van andere ingrepen in de bodem, allen dieper dan 0,50m¹, waaronder ook begrepen de aanleg van leidingen
het graven, dempen dan wel verdiepen, vergroten of anderszins herprofileren van waterlopen, sloten en greppels
het verwijderen van landschapselementen
het verwijderen van onverharde wegen of paden
het beplanten van gronden met opgaand houtgewas ten behoeve van tuinbouw of agrarische houtteelt ( alleen voor zo ver aangeduid met cultuurhistorisch/ archeologisch waardevol
Het aanleggen en of verharden van wegen of paden dan wel het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen:
voor zo ver groter dan 1250m² als het veepaden op huiskavels betreft of eigen bedrijfswegen direct aansluitend op een bestemmingsvlak Agrarisch- agrarisch bedrijf
voor zo ver groter dan 200m² als het overige verhardingen betreft.
Toelaatbaarheid
De omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de waarden die in de bestemmingsomschrijving zijn genoemd.
9.6 Wijzigingsbevoegdheden
9.6.1 Wijziging in Agrarisch- agrarisch bedrijf ( vormverandering zonder uitbreiding van een bestemmingsvlak)
De bestemming Agrarisch kan gewijzigd worden in de bestemming ‘Agrarisch-
Agrarisch bedrijf’, ten behoeve van een vormverandering zonder uitbreiding van een bestemmingsvlak ‘Agrarisch-
Agrarisch bedrijf’. In combinatie hiermee kan de bestemming Agrarisch- agrarisch bedrijf worden gewijzigd in de bestemming Agrarisch. Hierbij gelden tenminste de volgende randvoorwaarden:
Er is een concreet bouwplan met een onderbouwing waarin de noodzaak en aanvaardbaarheid van de vormverandering is aangegeven.
Er moet zorg worden gedragen voor een goede landschappelijke inpassing conform de uitgangspunten van het beeldkwaliteitplan. Hiertoe moet een erfinrichtingsplan worden overgelegd.
De landschappelijke inpassing mag in dit geval direct aansluitend aan het bestemmingsvlak plaatsvinden.
Deze mogelijkheid geldt niet voor bestemmingsvlakken met de aanduiding “intensieve veehouderij”die gelegen
zijn in een gebied met de aanduiding “extensiveringsgebied”.
9.6.2 Wijziging in Agrarisch- agrarisch bedrijf (vormverandering en vergroting van een bestemmingsvlak)
De bestemming Agrarisch kan gewijzigd worden in de bestemming ‘Agrarisch-
Agrarisch bedrijf’, ten behoeve van een vormverandering in combinatie met vergroting van een
bestemmingsvlak ‘Agrarisch- Agrarisch bedrijf’. Hierbij gelden de volgende randvoorwaarden:
Er is een concreet bouwplan met een onderbouwing waarin de noodzaak en aanvaardbaarheid van de vergroting en vormverandering is aangegeven.
De grootte van het bestemmingsvlak overtreft de toegestane maximaal toegestane oppervlakte, zoals hierna aangegeven, niet.
Intensieve veehouderij: maximaal 1,5 ha
Niet grondgebonden bedrijf, niet zijnde intensieve veehouderij: 1,5ha
Agrarisch bedrijf, glastuinbouw, solitair gelegen: maximaal 3ha.
Grondgebonden bedrijf: maximaal 1,5ha. Indien een bestemmingsvlak op het tijdstip van ter visie leggen van het ontwerp van het bestemmingsplan al groter is, is een uitbreiding met 25% toegestaan.
Deze mogelijkheid geldt niet voor bestemmingsvlakken met de aanduiding “intensieve veehouderij”die gelegen
zijn in een gebied met de aanduiding “extensiveringsgebied”.
9.6.3 Wijziging in Agrarisch- Agrarisch bedrijf ( differentiatievlak teeltondersteunende voorzieningen)
De bestemming Agrarisch
kan gewijzigd worden in de bestemming Agrarisch- agrarisch bedrijf met de aanduiding differentiatievlak teeltondersteunende voorzieningen voor het realiseren van permanente
teeltondersteunende voorzieningen anders dan kassen onder de voorwaarden dat deze gerealiseerd
worden aansluitend aan het bestemmingsvlak “Agrarisch- Agrarisch bedrijf” en tot een maximale
oppervlakte van 4 hectare.
de teeltondersteunende voorzieningen uit een oogpunt van agrarische bedrijfsvoering
noodzakelijk zijn;Hierbij gelden tenminste de volgende randvoorwaarden.
De teeltondersteunende voorzieningen zijn noodzakelijk uit een oogpunt van de agrarische bedrijfsvoering.
Er moet zorg worden gedragen voor een goede landschappelijke inpassing conform de uitgangspunten van het beeldkwaliteitplan. Hiertoe moet een erfinrichtingsplan worden overgelegd.
9.6.4 Wijziging in bestemming Wonen ( vormverandering en vergroting van bestemmingsvlak)
De bestemming Agrarisch kan gewijzigd worden in de bestemming Wonen in verband met een uitbreiding en/of de vormverandering van een bestemmingsvlak Wonen.
In combinatie hiermee kan de bestemming Wonen worden gewijzigd in de bestemming Agrarisch.
Hierbij gelden tenminste de volgende randvoorwaarden.
dit nodig is om een ontwikkeling die plaatsvindt binnen de bouwregels van deze bestemming
m.b.t. maatvoering en afstanden, te kunnen realiseren;
agrarische bedrijven in de omgeving worden niet in hun ontwikkelingsmogelijkheden beperkt;
Er moet zorg worden gedragen voor een goede landschappelijke inpassing conform de uitgangspunten van het beeldkwaliteitplan. Hiertoe moet een erfinrichtingsplan worden overgelegd.
9.6.5 Wijziging in bestemming Groen, Natuur of Water (ontwikkeling landschapselementen of nieuwe natuur)
De bestemming “Agrarisch” kan gewijzigd worden
wijzigen in de bestemming Groen, Natuur of Water of een combinatie van deze
ten behoeve van de
ontwikkeling van nieuwe natuur- en/of landschapselementen. Hierbij geldt tenminste de randvoorwaarde dat er geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan andere belangen, zoals agrarische belangen.