direct naar inhoud van Artikel 4 Recreatie
Plan: Camping de Kuilen
Status: ontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0847.BP02100013-OW01

Artikel 4 Recreatie

4.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Recreatie' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. de uitoefening van een recreatiebedrijf met bijbehorende (gemeenschappelijke) voorzieningen voor dag- en verblijfsrecreatie;
  • b. ondersteunend detailhandel, met dien verstande dat het bruto-vloeroppervlak ten behoeve van deze ondersteunende functie maximaal 50 m? bedraagt;
  • c. ondersteunende horeca, met dien verstande dat het bruto-vloeroppervlak ten behoeve van deze ondersteunende functie maximaal 100 m? exclusief maximaal 100 m? terras bedraagt;
  • d. bedrijfsbebouwing ten dienste van dag- en verblijfsrecreatie;
  • e. camping met maximaal 80 kampeerplaatsen;
  • f. groepsaccommodatie met maximaal 50 bedden;
  • g. recreatieverblijven met maximaal 25 gebouwen;
  • h. recreatiezaal met een bruto-vloeroppervlakte van 200 m?;
  • i. wonen in de vorm van één bedrijfswoning toegestaan ter plaatse van de aanduiding bedrijfswoning.
  • j. gebruiksgerichte paardenhouderij met maximaal 50 paardenboxen;
  • k. rijbak, stapmolen(s), paddock's;
  • l. wegen, paden en parkeervoorzieningen;
  • m. sport-, spel- en speelvoorzieningen;
  • n. voorzieningen ten behoeve van beheer en onderhoud;
  • o. erfbeplanting en landschappelijke beplanting ten behoeve van een goede Inpassing en/of visueel afschermende functie naar het omliggende gebied;
  • p. al het oppervlaktewater zoals sloten, greppels, (infiltratie)vijvers, kanalen, beken en andere waterlopen, ook als deze incidenteel of structureel droogvallen, alsmede voorzieningen die nodig zijn ten behoeve van een goede wateraanvoer, waterafvoer, waterberging, hemelwaterinfiltratie en waterkwaliteit. Hierbij kan gedacht worden aan duikers, stuwen, infiltratievoorzieningen, gemalen, inlaten, etc.;
  • q. bouwwerken, geen gebouwen zijnde;
  • r. kunstobjecten;
  • s. nutsvoorzieningen;
  • t. tuinen en erven.
4.2 Bouwregels

4.2.1 Ten aanzien van bedrijfsgebouwen gelden de volgende regels:

  • a. bedrijfsbebouwing dient te worden opgericht ter plaatse van de aanduiding especifieke vorm van recreatie ? dag- en verblijfsrecreatief;
  • b. de goothoogte bedraagt maximaal 6 meter;
  • c. de bouwhoogte bedraagt maximaal 9 meter;
  • d. afstand tot de bestemmingsvlak grens: niet minder dan 5 meter; de afstand tot de as van de weg waaraan gebouwd: niet minder dan 15 meter of tot minimaal de afstand van bestaande reeds dichter bij de weg gelegen bebouwing op hetzelfde bouwvlak;
  • e. binnen het bestemmingsvlak mag het bebouwingsoppervlak niet meer bedragen dan 4000 m?.

4.2.2 Ten aanzien van recreatieverblijven gelden de volgende regels:

  • a. recreatieverblijven dienen te worden opgericht ter plaatse van de aanduiding specifieke vorm van recreatie - recreatieverblijven;
  • b. er mogen maximaal 25 recreatieverblijven worden gebouwd;
  • c. de maximale oppervlakte per recreatieverblijf mag 60 m? bedragen;
  • d. de goothoogte bedraagt maximaal 3,00 meter;
  • e. de bouwhoogte bedraagt maximaal 4,50 meter;;
  • f. de recreatieverblijven kunnen zowel vrijstaand als aaneengebouwd worden opgericht waarbij de afstand tussen niet-aaneengebouwde recreatieverblijven ten minste 3 meter bedraagt;
  • g. per recreatieverblijf mag één aangebouwd bijgebouw en een overkapping worden opgericht met elk een maximale oppervlakte van 9 m? en een maximale bouwhoogte van 3,00 meter.

4.2.3 Ten aanzien van de bedrijfswoning gelden de volgende regels:

  • a. de bedrijfswoning mag uitsluitend worden gebouwd binnen het bouwvlak ter plaatse van de aanduiding ebedrijfswoningf;
  • b. de goothoogte bedraagt maximaal 6 meter;
  • c. de bouwhoogte bedraagt maximaal 10 meter;
  • d. de inhoud: niet meer dan 750 m3;

4.2.4 Ten aanzien van bijgebouwen bij de bedrijfswoning gelden de volgende regels :

  • a. gezamenlijke oppervlakte per bedrijfswoning: niet meer dan 100 m2 ;
  • b. bouwhoogte: niet meer dan 5,5 meter;
  • c. goothoogte: niet meer dan 3 meter;
  • d. afstand tot de perceelsgrens: niet minder dan 3 meter;
  • e. Astand ten opzichte van de voorgevel van de woning c.q. de voorgevelrooilijn: niet minder dan 2 meter daar achter;
  • f. afstand tot de bedrijfswoning met uitbouwen, aanbouwen en aangebouwde bijgebouwen: niet minder dan 4 meter en niet meer dan 10 meter.

4.2.5 Ten aanzien van het bouwen van andere bouwwerken (geen gebouwen zijnde) gelden de volgende regels :

  • a. hoogte van erf- en terreinafscheidingen niet meer dan 2 meter;
  • b. hoogte van palen en masten niet meer dan 8 meter;
  • c. hoogte van speeltoestellen niet meer dan 10 meter;
  • d. hoogte van overige bouwwerken zoals schuilgelegenheden, e.d. niet meer
  • e. dan 4 meter.

4.3 Specifieke gebruiksregels

Onder strijdig gebruik als bedoeld in artikel 7.10 Wro wordt in ieder geval verstaan het gebruik van gronden en opstallen voor:

  • a. recreatiewoningen voor permanente en tijdelijke niet recreatieve bewoning;
  • b. vrijstaande bijgebouwen voor permanente of tijdelijke bewoning;
  • c. van een escortbedrijf en/of seksinrichting.