direct naar inhoud van Artikel 4 Agrarisch - Agrarisch Bedrijf
Plan: Zandstraat 99 Someren
Status: concept
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0847.BP02010007-OW02

Artikel 4 Agrarisch - Agrarisch Bedrijf

4.1 Bestemmingsomschrijving

De voor “Agrarisch - Agrarisch bedrijf” aangewezen gronden zijn bestemd voor de volgende doeleinden:

  • a. indien het bestemmingsvlak niet nader is aangeduid: voor agrarisch bedrijfsdoeleinden, ten behoeve van de uitoefening van niet meer dan één agrarisch bedrijf per bestemmingsvlak;
  • b. indien het bestemmingsvlak nader is aangeduid “intensieve veehouderij (iv)” agrarische bedrijfsdoeleinden ten behoeve van de intensieve veehouderij of met een intensieve veehouderijtak, ten behoeve van de uitoefening van niet meer dan één agrarisch bedrijf per bestemmingsvlak;
  • c. tot de agrarische bedrijfsdoeleinden worden tevens gerekend:
    • 1. kleinschalig kamperen uitsluitend als nevenactiviteit en met maximaal 15 standplaatsen;
    • 2. detailhandel in door het agrarische bedrijf zelf voorgebrachte agrarische producten uitsluitend als nevenactiviteit en met een verkoopoppervlak van maximaal 50 m².
  • d. erfverharding, toegangsweg en parkeervoorzieningen;
  • e. ter plaatse van de op de verbeelding opgenomen aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - landschappelijk inpassing' een goede landschappelijke inpassing in de vorm van groenvoorzieningen met een visueel afschermende functie naar het omliggende gebied;
  • f. waterhuishoudkundige doeleinden.

4.2 Bouwregels

4.2.1 Bouwregels ten behoeve van doeleindenomschrijving

De tot “Agrarisch - Agrarisch bedrijf” bestemde gronden mogen uitsluitend worden bebouwd ten dienste van de in de doeleindenomschrijving aangegeven bestemming. Daarbij gelden behoudens mogelijkheden voor afwijken bij omgevingsvergunning de hierna gestelde voorwaarden.

4.2.2 Bebouwing bestemmingsvlak

Het bestemmingsvlak mag volledig worden bebouwd, met dien verstande dat:

  • a. de afstand van de weg waaraan mag worden gebouwd niet minder mag bedragen dan 20 meter en dat de afstand tot de zijdelings perceelsgrens niet minder dan 5 meter mag bedragen.
  • b. er geen gebouwen mogen worden opgericht binnen de op de verbeelding op genomen aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - landschappelijke inpassing'.

4.2.3 Bedrijfsgebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde

Ten aanzien van bedrijfsgebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde met uitzondering van carports en terreinafscheidingen gelden de volgende voorschriften:

  • a. hoogte,
    • 1. voor silo's mag de hoogte niet meer bedragen dan 15 meter;
    • 2. voor het overige mag de hoogte niet meer bedragen dan 8 meter;
  • b. de goothoogte mag niet meer bedragen dan 4,5 meter;
  • c. de afstand tot de perceelsgrens mag niet minder bedragen dan 5 meter;
  • d. de afstand tot de as van de weg waaraan wordt gebouwd mag niet minder bedragen dan 20 meter;
  • e. de gezamenlijke oppervlakte voor sanitaire voorzieningen ten behoeve van het kleinschalig kamperen mag niet meer bedragen dan 25 m².

4.2.4 Bedrijfswoningen

Ten aanzien van bedrijfswoningen gelden de volgende voorschriften:

  • a. ter plaatse van de op de verbeelding opgenomen aanduiding 'bedrijfswoning' mag niet meer dan één bedrijfswoning worden opgericht;
  • b. de inhoud van de bedrijfswoning mag niet meer dan 750 m³ bedragen, of indien de inhoud van de bestaande woning al meer bedraagt, niet meer dan de inhoud van de bestaande woning plus maximaal 10% of, indien het een bestaande woonboerderij betreft: niet meer dan de inhoud van het bestaande hoofdgebouw, met dien verstande dat deze inhoud niet vergroot mag worden.
  • c. de hoogte mag niet meer bedragen dan 10 meter;
  • d. de goothoogte mag niet meer bedragen dan 6 meter;
  • e. de afstand tot de as van de weg waaraan wordt gebouwd mag niet minder bedragen dan 15 meter, of indien de afstand van de woning tot de as van de weg reeds minder bedraagt, de huidige afstand van de woning tot de as van de weg.

4.2.5 Bijgebouwen bij bedrijfswoningen

Ten aanzien van bijgebouwen bij bedrijfswoningen gelden de volgende voorschriften:

  • a. de gezamenlijke oppervlakte per bedrijfswoning mag niet meer bedragen dan 100 m²;
  • b. de hoogte mag niet meer bedragen dan 4,5 meter;
  • c. de goothoogte mag niet meer bedragen dan 3 meter;
  • d. de afstand tot het naburig erf mag niet meer dan 5 meter bedragen;
  • e. de afstand tot de as van de weg waaraan wordt gebouwd: niet minder dan 20 meter, of indien de afstand van de bijgebouwen tot de as van de weg reeds minder bedraagt, de huidige afstand van het bijgebouw tot de as van de weg.

4.2.6 Carports en terreinafscheidingen

Ten aanzien van carports en terreinafscheidingen gelden de volgende voorschriften:

  • a. per bedrijfswoning mag 1 carport worden gebouwd met de volgende maximale maatvoering:
    • 1. de oppervlakte mag niet meer bedragen dan 20 m²
    • 2. de hoogte mag niet meer bedragen dan 3 meter;
    • 3. de afstand tot het naburige erf mag niet minder bedragen dan 5 meter;
    • 4. de afstand tot de as van de weg waaraan wordt gebouwd mag niet minder bedragen dan 20 meter;
  • b. de hoogte van de terreinafscheidingen mag vóór de voorgevellijn niet meer bedragen dan 1 meter en mag voor het overige niet meer bedragen dan 2 meter.

4.2.7 Ondergrondse bouwwerken

Het oprichten van ondergrondse werken is toegestaan met inachtneming van de volgende voorwaarden:

  • a. het oprichten van ondergrondse werken is enkel toegestaan onder bovengrondse bouwwerken;
  • b. de ondergrondse bouwdiepte van ondergrondse bouwwerken mag niet meer bedragen dan maximaal 4 meter onder peil;
  • c. in afwijking van het bepaalde onder a is maximaal 1 – niet overdekt – zwembad toegestaan onder de volgende voorwaarden:
    • 1. het zwembad dient te worden gebouwd achter de achtergevel van de bedrijfswoning of het verlengde daarvan en op een afstand van tenminste 5 meter van de zijdelingse perceelsgrens;
    • 2. het zwembad mag niet overdekt zijn, tenzij de regeling voor bijgebouwen als bedoeld in artikel 4.2.5 in acht wordt genomen;
    • 3. het zwembad mag uitsluitend voor hobbymatig gebruik worden benut.

4.3 Afwijken van de bouwregels

4.3.1 Afwijken van de bouwregels ten behoeve van minimum afstand tot de weg

Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 4.2.3 onder d, teneinde de voorgeschreven minimum afstand van de bebouwing tot aan de weg te verkleinen, mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden:

  • a. de noodzaak vanuit een doelmatige bedrijfsvoering moet aanwezig zijn;
  • b. de afstand van de nieuwe bebouwing tot aan de weg mag niet minder bedragen dan van bestaande reeds dichter bij de weg gelegen bebouwing;
  • c. er mogen geen onevenredige verkeerskundige belemmeringen plaatsvinden;
  • d. de stedenbouwkundige structuur mag niet onevenredig worden aangetast;
  • e. indien het een geluidgevoelig object betreft, moet voldaan worden aan de Wet geluidhinder;
  • f. het woon- en leefmilieu van de omgeving mag niet onevenredig worden aangetast; dit betekent in ieder geval dat de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende percelen niet onevenredig mogen worden beperkt.

4.3.2 Afwijken van de bouwregels voor kleine afwijkingen

Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van de minimum- en maximum maten opgenomen in 4.2 onder de volgende voorwaarden:

  • a. de afwijking mag niet meer bedragen dan 10%, tenzij de afwijking genoemd wordt in dit artikel onder b. of in artikel 4.3.1;
  • b. de afwijking anders dan genoemd in 4.3.2 onder a kan uitsluitend verleend worden voor de volgende bebouwingsvoorschriften:
    • 1. de goothoogte van bedrijfsgebouwen tot maximaal 7,5 meter;
    • 2. de hoogte van bijgebouwen bij (bedrijfs)woningen tot maximaal 5,5 meter, mits deze bijgebouwen ondergeschikt blijven aan de woning
    • 3. de afstand van de perceelsgrens tot minimaal 3 meter of,indien het een uitbreiding van bestaande bebouwing betreft, welke reeds dichter bij de perceelsgrens gelegen is, die bestaande kleinere afstand.

4.3.3 Afwijken van de bouwregels voor bouwwerken geen gebouwen zijnde ten behoeve van algemeen nut

Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van de bouwregels voor het bouwen van kleine, niet voor bewoning bestemde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, met een functie ten behoeve van algemeen nut – zoals ten dienste van verkeer, waterhuishouding, energievoorziening, telecommunicatie, dagrecreatief medegebruik, de wering van milieuhinder en/of gevaar, de bescherming van diersoorten en/of wild, herdenkings- of religieuze doeleinden – gelden de volgende voorwaarden:

  • a. de oppervlakte van gebouwen mag niet meer bedragen dan 20 m²;
  • b. de goothoogte van gebouwen met niet meer bedragen dan 3 meter;
  • c. de hoogte van gebouwen mag niet meer bedragen dan 4,5 meter;
  • d. de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 15 meter.

4.3.4 Afwijken van de bouwregels ten behoeve van de verhoging van de hoogte voor silo's

Het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 4.2.3 onder a. teneinde de hoogte van silo's te verhogen, mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden:

  • a. de hoogte mag niet meer gaan bedragen dan 25 meter;
  • b. er dient vooraf advies te worden ingewonnen bij de AAB;
  • c. de landschappelijke waarden, met name in cultuurhistorische en/of visueel ruimtelijk inzicht, mogen niet onevenredig aangetast wordt.

4.4 Specifieke gebruiksregels

4.4.1 Aan huis verbonden beroep

Binnen de bestemming “Agrarisch - Agrarisch-Bedrijf” is de uitoefening van een aan huis gebonden beroep of – bedrijf toegestaan op de begane grond als ondergeschikte activiteit bij de woonfunctie, waarbij de bepalingen van toepassing zijn:

  • a. de uitoefening van een aan gebonden beroep of –bedrijf mag geen ernstige hinder voor het woonmilieu dan wel de omgeving opleveren en mag niet leiden tot beperkingen voor agrarische bedrijven in de omgeving;
  • b. de woning moet blijven voldoen aan het Bouwbesluit en de bouwverordening;
  • c. de woonfunctie moet in visuele zin primair blijven en het uiterlijk aanzien van de woning (als woning) mag niet worden aangetast;
  • d. degene die de woning mede beroeps- of bedrijfsmatig gebruikt, dient de gebruiker van de woning te zijn;
  • e. de voor het beroeps- of bedrijfsmatig medegebruik benodigde ruimte dient beperkt te zijn. Het medegebruik dient zich te beperken tot een (klein) gedeelte van de woning. Daarbij moet gedacht worden aan het gebruik van een of twee vertrekken van de woning, waarbij als maximum 40% van het grondoppervlak van de woning geldt;
  • f. het beroeps- of bedrijfsmatig gebruik van vrijstaande bijgebouwen is niet toegestaan. Het gebruik van ruimten op de verdieping is in beginsel toelaatbaar.
  • g. er mag geen sprake zijn van een onaanvaardbare toename van de verkeersdruk in de omgeving.
  • h. er mag geen sprake zijn van een onaanvaardbare toename van de parkeerdruk in de omgeving en het parkeren dient volledig op eigen terrein plaats te vinden.
  • i. detailhandel is niet toegestaan;
  • j. activiteiten die in de regel worden uitgeoefend in winkelpanden of bedrijventerreinen en activiteiten die vergunningplichtig zijn ingevolge de milieuwetgeving zijn niet toegestaan in woningen. Bovendien mag er geen sprake zijn van stank- en/of geluidhinder of andere milieuoverlast;
  • k. verbouwingen van de woning die er (mede) op gericht zijn om een bepaald deel van de woning specifiek in te richten als ruimte ten behoeve van het bedrijfsmatige medegebruik van de woning zijn niet toegestaan. Bovendien mag de ruimte die wordt aangewend voor bedrijfsmatig medegebruik niet worden voorzien van een specifieke inrichting ten behoeve van dat medegebruik;
  • l. buiten degene die de woning mede bedrijfsmatig gebruikt mag er geen personeel werkzaam zijn.

4.4.2 Strijdig gebruik

Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval begrepen het gebruik of laten gebruiken van:

  • a. gronden en/of opstallen voor het opslaan, storten of bergen van materialen, producten en mest, behoudens voor zover zulks niet noodzakelijk is voor het op de bestemming gerichte gebruik en plaatsvindt op het bouwvlak;
  • b. gronden en/of opstallen voor het bedrijfsmatig vervaardigen, opslaan, verwerken of herstellen van goederen en het opslaan en be- of verwerken van producten, tenzij dit plaatsvindt ten behoeve van de agrarische productie binnen het agrarische bedrijf dan wel aansluitend betrekking heeft op agrarische producten van het bedrijf;
  • c. gronden en/of opstallen voor detailhandel, behoudens het bepaalde in 4.1;
  • d. gronden en/of opstallen voor bewoning, behoudens bewoning van de toegestane bedrijfswoningen.

4.5 Afwijken van de gebruiksregels

4.5.1 Afwijken ten behoeve van mantelzorg

Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 4.4.2 onder d. voor het gebruik van een deel van het hoofdgebouw of bijgebouwen bij een woning als afhankelijke woonruimte (inwoning), met dien verstande dat:

  • a. een dergelijke woning noodzakelijk is vanuit het oogpunt van mantelzorg;
  • b. op een perceel al een woning aanwezig is;
  • c. er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de in het geding zijnde belangen waaronder die van omwonenden en bedrijven;
  • d. per woning maximaal één omgevingsvergunning ten behoeve van inwoning voor mantelzorg mag worden verleend;
  • e. inwoning in beginsel dient plaats te vinden bij, in of direct aansluitend aan de woning, waarbij de afhankelijke woonruimte een onderlinge verbinding met de woning dient te hebben; het gebruik van een vrijstaand bijgebouw als afhankelijke woonruimte is uitsluitend toegestaan indien realisering van de inwoning in of aan het hoofdgebouw voor de inwoner of de andere bewoner(s) onredelijk bezwarend is;
  • f. maximaal 75 m² van het hoofdgebouw en/of bijgebouwen mag worden gebruikt ten behoeve van de inwoning.